Vrachtje mensen

moestuin

Vrachtje mensen

Mijn tuin lijkt in niets op de hof van die renaissancevilla in de buitenheuvels van Florence. Je weet wel waar welgestelde Florentijnen, op de vlucht voor de pest en om de tijd te doden, elkaar vrolijke en vrome verhalen vertelden. In plaats daarvan, vond ik laatst mijzelf terug, aan de rand van mijn eigen buitenruimte. In mijn hoofd, wars van luim en scherts, broedde de vraag in hoeverre ik daar iets autarkisch zou kunnen verrichten. Weg zandbak, speeltoestel en krat met lege wijnflessen. Ervoor in de plaats een  moestuin. Voor het geval dat we straks – meedogenloze hamsteraars die we zijn – worden geconfronteerd met maatregelen die alleen nog Draco, de snel aan populariteit winnende antieke Griekse wetgever, tot blij handgeklap zouden hebben verleid.

Veel leverde mijn gepeins niet op; verder dan een paar zelfvoorzienende tomatenplanten kwam ik niet. En voor het echte werk zoals het telen van papyrus – voor toiletpapier -, bamboestengels – voor onderbroeken en – en een moerbeiboompje – voor een zijden overhemd, lagen al bij voorbaat de misoogsten in het verschiet. Dus zat er niets anders op dan dat ook ik me van tijd tot tijd zou moeten blootstellen aan scherp ellebogenwerk, gebrek aan maatgevoel bij het in acht nemen van sociale distantie en afkeurende blikken in mijn winkelwagentje.

moestuin

De rap- en rigoureusheid waarmee overal ter wereld de grenzen worden dichtgegooid, legt tevens bloot dat de wereldeconomie toch minder pandemisch is dan enthousiastelingen wel eens beweren. Als het er werkelijk opaan komt, blijken zaken vaak niet meer te zijn dan zaken.

Het coronavirus begint ondertussen symbool te staan voor veel meer dan een akelige ziekte waartegen we ons – voorlopig – slecht kunnen verweren. Zo nuanceert het kleine virus nogal de enorme intensivering van onze mondiale businesscontacten en de daaraan gelieerde globale bevoorradingsketens. De huidige tijd toont maar weer ’s aan hoe kwetsbaar we zijn geworden met de keuze voor goedkoop, goedkoper, goedkoopst. Productie, handel en logistiek zijn net als water. Dat zoekt  z’n kortste weg en voor productie en handel geldt dat net zo: het water kunnen we dan vervangen door geld.

De economieles van Jan Jansen in de propedeuse van de HEAO in Arnhem leerde me dat de econoom Ricardo dat al begreep. Hij baseerde zijn theorie van comperatieve kostenvoordelen erop. Daaruit blijkt dat ook als een van de handelspartners over de hele lijn minder efficiënt is, internationale handel toch voordelig kan zijn voor alle betrokkenen. Voorwaarde is wel dat de kostenverhouding in beide landen verschillend is. Er moet sprake zijn van een comparatief kostenverschil. Deze theorie houdt echter geen rekening met een allesomvattend virus. De rap- en rigoureusheid waarmee overal ter wereld de grenzen worden dichtgegooid, legt tevens bloot dat de wereldeconomie toch minder pandemisch is dan enthousiastelingen wel eens beweren. Als het er werkelijk op aan komt, blijken zaken vaak niet meer te zijn dan zaken.

Ondertussen, terwijl de passagiersluchtvaart aan de grond zit, maakt luchtvracht gouden tijden door. Wat de navrante figuur oplevert, dat overal vrachtvliegtuigen landen en opstijgen, nagestaard door wanhopige Nederlanders die geen kant op kunnen. Bij luchtvracht komt natuurlijk ook de nodige ‘red tape’ kijken, maar van reissinecures als overstapprocedures, visa, paspoortcontrole en boardingpassen lijkt het vrachtverkeer gespaard te worden.

En, waar het in de keten alsnog wringt, zijn wij, van SCEX, ervoor om mee te denken en oplossingen aan te dragen. Waarbij niet primair onze originaliteit voorop staat maar vooral hoe werkbaar iets is. En dat mag gerust een suggestie van iemand anders zijn.

In die geest doordenkend, zie ik wel wat in een parallelle gedachtengang in relatie tot het recent geopperde idee om bussen en trams pakketjes mee te geven om zo de binnenstedelijke distributie te stroomlijnen. Ik stel daarom voor om met vrachtvliegtuigen gestrande passagiers mee te geven. De regels zullen het wel niet toestaan, maar doe het toch maar. Op vrachtschepen kun je immers als passagier ook gezellig meereizen, een diner met de kapitein incluis. Doen dus die mens-vracht combinatie. En noem het dan royaal en heel toepasselijk: een ‘pilot’.

En, waar het in de keten alsnog wringt, zijn wij, van SCEX, ervoor om mee te denken en oplossingen aan te dragen. Waarbij niet primair onze originaliteit voorop staat maar vooral hoe werkbaar iets is.

Deze aanpak staat bekend als de ‘koninklijke weg’.

Crises vragen niet zelden om onorthodoxe maatregelen. Moeten we durven nemen mits geen zijpaden worden ingeslagen, het proces transparant verloopt en er sprake is van efficiëntie bij de executie; zelfs, als dat strategisch gezien, niet het handigste is. Deze aanpak staat bekend als de ‘koninklijke weg’. Ik kan natuurlijk niet namens de koning spreken, maar ik acht het niet ondenkbaar dat de luchtvaartmaatschappijen die hun nek durven uit te steken door mee te doen aan deze luchtbrug, na de crisis getooid zullen zijn met het predikaat ‘Hofleverancier’.

Casper Jansen

Met SCEX helpen we opdrachtgevers vanuit een holistische visie om anders te leren kijken, de juiste structuur neer te zetten, de eenheid te vergroten, over de grenzen van de eigen afdelingen heen te gaan en zo de ideale randvoorwaarden voor wendbaarheid te realiseren. Ook sparren met SCEX over de wendbaarheid van uw organisatie? Neem dan contact op via info@scex.nl of het contactformulier onder aan deze pagina. Vaker verslag van de werkvloer horen van SCEX? Volg ons dan op Linkedin.

Contact met SCEX opnemen

Lees meer 'Van de werkvloer'...