Bij het ontwerpen en stroomlijnen van processen en ketens zijn er doorgaans veel verschillende configuraties mogelijk om tot optimalisatie te komen. De ultieme oplossing is er eigenlijk nooit, immers: de omstandigheden veranderen voortdurend en daarmee de best mogelijke oplossing ook. We zijn dus nooit klaar. En precies dat maakt ons werk zo ontzettend leuk. Het sleutelen aan ketens en processen met oog voor de veranderende omstandigheden, voor de beweging binnen bedrijven, tussen bedrijven en binnen en tussen ketens. Dat vraagt om voortdurende perspectiefwisseling, in- en uitzoomen en een scherpe blik. Of soms juist om te kijken door je oogharen.
Een goed doordacht en robuust ontwerpproces vraagt van ons om voortdurend in- en uit te zoomen, van perspectief te wisselen en met regelmaat de blik te verruimen. Onder andere daarom – en natuurlijk ook omdat het heel erg leuk is – probeer ik de dagen tussen kerst en oud-en-nieuw probeer altijd vrij te zijn en tijd te maken om te lezen, naar concerten, voorstellingen en films te luisteren en te kijken en om musea te bezoeken. Zo ben ik aan het lezen in het boek ‘De Alignment Puzzel’ dat ingaat op de wijze waarop we onze bedrijven het beste zouden kunnen organiseren. Een mooie mix van systeemleer, bedrijfseconomie, informatiekunde en logistiek. Ik voel me weer helemaal de student Bedrijfskunde die ik was in de jaren negentig in Nijmegen.
In Museum Cobra in Amstelveen bezocht ik de tentoonstelling De Cycloop, een speelse en energieke tentoonstelling die de bezoeker uitnodigt om letterlijk en figuurlijk in beweging te komen. De tentoonstelling is geworteld in de geest van de Cobra-beweging. Voor de betrokken kunstenaars was speelsheid een noodzaak en in De Cycloop leeft die energie voort: een open manier van kijken, waarin spel en samenwerking ruimte maken voor iets onverwachts.
Het vertrekpunt is een eenvoudig, herkenbaar object: de knikker. Voor het museum ontwikkelen zeven kunstenaars ieder een installatie die op hun eigen manier ingaat op beweging, mechaniek of kettingreactie met een knikker. De titel van de tentoonstelling verwijst naar een figuur uit de Griekse mythologie: een reus met één oog in het midden van zijn voorhoofd. Zijn enkele oog staat symbool voor een gefocuste blik, maar ook voor een beperkte kijk op de wereld – hij ziet alles, maar slechts vanuit één perspectief.
In Rotterdam is een aantal prachtige musea te vinden die het bezoeken meer dan waard zijn. Deze keer koos ik voor het iconische Depot van Museum Boijmans Van Beuningen in Museumpark in Rotterdam. Bezoekers zien het resultaat van 175 jaar verzamelen. Meer dan 155.000 verzamelde kunstwerken opgeslagen bij elkaar, gerangschikt en gestructureerd in veertien depotruimten met vijf klimaten. Naast de objecten zijn alle werkzaamheden die komen kijken bij het beheer en onderhoud van een collectie te zien.
In het atrium staat een nieuwe collectieopstelling die bezoekers vraagt om met aandacht te kijken. Het Depot is de plek waar je de kunstvoorwepen bekijkt in de meest eenvoudige en eerlijke vorm. Vanuit het materiaal, de constructie of de vormen. Kunst wordt hier op een analoge manier gepresenteerd, ontdaan van het aura van het kunstpodium. Je kijkt en ziet. Ik zag er o.a. een prachtig object van een jongetje dat met een verwonderde blik door een gat in het plafond de wereld inkijkt. Voor mij een prachtige metafoor voor nieuwsgierigheid en verwondering.
In de verderop gelegen was er een verbluffend mooie tentoonstelling van de wereldberoemde Nederlandse modeontwerper Iris van Herpen (1984). Van Herpen gebruikt baanbrekende van innovatieve technieken binnen haar vakgebied, doorbreekt daarmee modeconventies, terwijl ze tegelijkertijd het traditionele vakmanschap van haute couture omarmt. De tentoonstelling Sculpting the Senses is een reis door het universum van Van Herpen en presenteert een meeslepend overzicht waarin mode, hedendaagse kunst, design en wetenschap samenkomen. De Kunsthal presenteert ruim honderd iconische creaties, waarin Van Herpen voortdurend de grenzen van haute couture uitdaagt. Over kijken met een andere blik en vanuit een ander perspectief gesproken. Echt prachtig.
In diezelfde Kunsthal een compacte tentoonstelling genaamd Homo Mobilis, een fotografisch project van Martin Roemers. Jarenlang portretteerde Roemers mensen met hun voertuigen – van kleine stadsautootjes tot ronkende trucks, van tuk-tuks tot motorscooters. In de Kunsthal laten ruim dertig foto’s zien hoe deze niet alleen dienen om van A naar B te komen, maar ook iets onthullen over status, identiteit en de cultuur waaruit ze voortkomen. Vanuit mijn vakgebied natuurlijk erg leuk om ’s met deze bril naar transport te kijken.
Heel erg boeiend allemaal en het brengt me bij de vraag of we kunstenaars niet wat vaker zouden moeten betrekken bij het beantwoorden van vraagstukken in ketens en organisaties. Het levert op z’n minst een nieuw en ander perspectief op. Een perspectief dat we in mijn ogen hard nodig hebben om de boel een beetje aan elkaar te kunnen blijven knopen. Dat wordt er namelijk niet makkelijker op in de wereld waarin we leven en die meer gebaseerd lijkt op tegenstellingen dan op wat ons verbindt.
En als we die kunstenaars niet naar onze bedrijven willen of kunnen halen, zou ik iedereen die te maken heeft met organisatievraagstukken – en wie heeft dat niet – willen oproepen om eens wat vaker een museum te bezoeken, naar een concert te gaan, een film te bekijken of een mooi boek te lezen. Het draagt sowieso bij aan een ander perspectief. Het leert je beter kijken. Het zorgt voor wat meer schoonheid en zachtheid en daarmee hopelijk ook voor wat meer verbinding in 2026. En dat wens ik iedereen toe!