Over wat waar is en wat niet, valt meer en vaker te twisten dan gedacht. Er zijn tegenwoordig zoveel ‘waar’-zeggers dat het laatste woord erover een zeldzaamheid is. Bij voorspellingen doen, idem dito. Wat is waar? Wat wordt waar? Immers, niets zo hachelijk als voorspellen, vooral de toekomst. Wie desondanks iets van grip wil krijgen op wat ons boven het hoofd hangt, doet er beter aan om systematisch trends te analyseren.
Een samenleving is niet statisch maar verandert continu. Trends laten dat zien wat de reële verwachtingen zijn omtrent morgen en de dagen erna. De aanname dat er dingen staan te gebeuren, ontstaat niet in het luchtledige. Er is een voedingsgrond voor nodig. Trends ontkiemen soms langzaam. Openbaren zich niet met een Big Bang zoals hypes, rages of modes. Trends zijn niet vluchtig, trends zijn blijvend. Ze geven aan wat mensen beweegt, wat ze denken, wat ze willen. Toekomstmuziek, voor wie het wil horen.
Aangezien de toekomst is waar we de rest van ons leven zullen doorbrengen, is het wel praktisch en professioneel die trends niet te missen. Moeten we wel weten hoe ermee om te gaan. Want toekomstverkenningen dienen niet de zekerheidszoeker maar de onzekerheidszoekende mens. Trends zijn geen glazen bollen. Wel kunnen er in zekere zin voorspellende waarden aan worden ontleend. Enfin, laten we voor het komend jaar maar ’s samen kijken wat ons zoal te wachten staat in 2026.
- Sowieso het zoemwoord: slim. Of nog beter: slimmer, slimst;
- Grijs is het nieuwe zwart. Boomers met mantelzorgervaringen worden ingeroosterd om zorgtaken in verpleeghuizen werkbaar te houden;
- Uiteraard is 2026 ook AI-jaar. Maar met een andere invalshoek. De nadruk zal meer komen te leggen op wat artificiële intelligentie niet kan, nog niet kan en nooit zal kunnen. En welke gevaren het met zich meebrengt, zoals het blootleggen van kwetsbare persoonlijke gegevens bijvoorbeeld. En ook wat de nadelige effecten ervan zijn op onze energievoorziening en daarin gekoppeld: op ons milieu;
- Door de verdichting van het luchtruim met vliegtuigen van allerlei snit – militair, business, vakantie, privé – komt er zoveel geluid bij dat de voordelen van logistieke drones, zoals vervoer van transfusiebloed of medicijnen, erdoor dreigen te worden overstemd. Trend en tegentrend;
- De wolf. Moet ie weg? Of censureren we Roodkapje en de Wolf en verklaren de vertelling over het lot van de zeven geitjes taboe?
- Sneuvelbereidheid onder jongeren niet bijster groot. Wervingscampagnes voor defensiepersoneel gecontinueerd. De tophit ‘Zor-rug dat je d’r bij komt, bij de marine moet je zijn’ van Dorus uit 1959 maakt een comeback, als opvolger van ‘Twee motten in m’n ouwe jas’.
Rode draad in deze willekeurige opsomming van trendachtige ontwikkelingen is: Europa. Nog verdraaid lastig om te bepalen wat we bedoelen als we het over ‘Europa’ hebben. Geen land. Een continent dan? Geografisch is Europa een deel van het supercontinent Eurazië. Los daarvan is het hooguit te beschouwen als een continentje. Maar reëler is het om naar Europa te kijken als een samenraapseltje van landen. Naties met een eigen geschiedenis, cultuur, taal, zeden en gewoonten. Met een geschakeerd verleden; ontstaan door separate én gezamenlijke wandelingen door de Europese historie.
Sommige Europese landen, waaronder het onze, oefenden eeuwenlang grote invloed uit op de rest van de wereld. Dat is nu niet meer zo. Gold vroeger de Middellandse Zee als bekken en baken voor wat Europeanen graag en gemakshalve ‘beschaving’ noemden, tegenwoordig zijn de baren waar Odysseus, de man van de duizend listen, ronddoolde, in het mondiale perspectief gereduceerd tot een zwalpend binnenmeer. Een waterplas, vergeleken bij de Atlantische en Stille Oceaan waar nieuwe ‘imperialistische’ winden waaien.
Dat ze in Azië en Afrika het verleden en de ervaringen met ons werelddeel anders percipiëren dan wij, ligt voor de hand. Europeanen graaiden er veel, gaven weinig terug. Toontje lager, anno nu. Wat niet wil zeggen, dat we op het geopolitieke whiteboard geheel en al zijn uitgegumd. Integendeel, we staan er nog steeds op. Alleen, weten we niet precies waar, hoe en in welke kleuren. We kennen onze eigen kwaliteiten niet meer zo goed. Dat was in 1992 wel anders. Bij het Verdrag van Maastricht. Toen richtten ‘de Hoge Verdragsluitende Partijen tezamen een Europese Unie’ op. Niet voor de lol maar ter ‘bevordering van een evenwichtige en duurzame economische en sociale vooruitgang’.
Interessant om te zien hoe het bijvoeglijke ‘Europese’ aan de ‘Unie’ evalueerde tot kortweg: ‘Europa’. Van een ‘onderlinge verzekering’ naar een cluster van ‘verenigde staten’. Ik ken mensen die zichzelf Europeaan voelen. Of zelfs ‘zijn’, naar eigen zeggen. Vind ik moeilijk. Welke binding ervaren zij met een Bulgaar of een Let. Wat weten zij van wat ze daar lekker vinden, lezen, zingen en de drijfveren aangaande de oorlogen die zij ooit hebben gevoerd. Wanneer hadden de Zweden hun ‘Slag bij Nieuwpoort’?
En wanneer ontstaat de liefde voor Europa? Is die terug te voeren tot de camaraderie tussen de oorspronkelijke zes van de Kolen- en Staal Gemeenschap? En groeide die alsmaar door naarmate er meer landen zich aansloten bij die geünieerde gemeenschap? Nog meer Europeaan, straks, met Albanië en een heel of half Oekraïne erbij?
Europa is dagelijks naarstig op zoek; niet zozeer naar wat bindt, eerder naar bindmiddelen. Soms noodverbanden. Haast heftig trachtend opnieuw de geest op te roepen van Marco Polo en Columbus; de handelsreizigers die vanuit Europa vertrokken, om onbekende oorden gebieden te ontdekken en het profijt ervan te verkennen. Hun onverschrokkenheid, nieuwsgierigheid, die ondernemersmentaliteit en die zucht naar avontuur zal het beleid bezielen en regelmatig het gesprek van de dag zijn in 2026.
Businessbabbels waaraan we zelf kunnen deelnemen. Niet door ons te verliezen in bestuurdersgrootspraak dat Europa een groene supermacht moet worden of dat vegetarisch gehakt eigenlijk wel zo mag heten. Reuze identificerend allemaal. Maar in het mondiale orkest toch te veel de partij van de piccolo. Leuk, hoort erbij, maar bij tijd en wijle ietwat amechtig en schril van klank.
Europa. Best belangrijk! Gewoon omdat we er wonen en werken. Alle reden om Europa elan te geven. Door het steeds eigenstandig op de agenda te zetten.
Vragen ze straks: wie heeft er nog agendapunten? Roep dan: Europa?
Valt het tijdens de vrijdagmiddagborrel even stil, vraag dan:
‘En wat vinden jullie eigenlijk van Europa?’
‘Huh, Europa?’
‘Ja, Europa’!
Niet in iedereen huist een Willem Barentsz. Dus wees bedacht op een koude kermis en dring aan met: ‘Ja, Europa, waarom eigenlijk niet?’ Voor je het weet, volgt er een geanimeerd gesprek, uitwaaierend van Vilnius naar Kaap Finistère. Van het, in het westen van Europa gelegen, Oostende naar het Transsylvanië van Graaf Dracula. Van het ‘Arabische’ Sicilië naar het ‘Deense’ Groenland.
Trend gezet.
Casper Jansen