Net terug van een relaxte jaarwisselingsvakantie uit Lapland. Met veel sneeuw én Noorderlicht. Het reisbureau vertelde me dat de boekingen voor het winterseizoen ‘26-’27 zich al weer aandienen. Haaststress. Anders arriveren we te laat of te duur, ergens, op een plek die we eigenlijk niet wilden. De globe is door de reisindustrie gekrompen. Geen strand te ver, geen waterval te steil, geen woud te eng, een berg te hoog. Waar waren we vorig jaar ook weer?
Bestond vroeger het dubben vooral uit ‘waar gaan we naartoe’? Tegenwoordig draait het om de reis zelf en hoe inclusief of exclusief die is. Volgens treinreisspecialisten kunnen we dat het best per trein doen. Met de Gletsjer Express, langs en onder de Zwitserse Alpen. De karavanen langs de Zijderoute van toen transformeerde niet alleen naar de goederentreinen van nu, het biedt ook nostalgisch reizigersgenot. De reis per luxueuze trein spoort nog het meest met het klassieke verhaal over de Oriënt Express. Door heel Europa. Zonder vertraging, winderige perrons en overvolle coupés.
Door een stoomlocomotief voortgesleept worden langs, althans in West-Europese ogen, obscure landen van weleer kon nochtans curieuze vertragingen opleveren. Alleraardigst geïllustreerd door een voorval dat Agatha Christie inspireerde tot het schrijven van haar ‘Moord in de Oriënt Expres’. Bron was een heuse treinstoring van jewelste. Ergens in een desolaat Oost-Europees landschap was op de spoorlijn zoveel sneeuw gevallen dat de trein kwam vast te zitten. Stof voor een ‘gesloten kamer-moordmysterie’.
Wat niet in literatuur werd herschapen, was het, eveneens waar gebeurde, voorval van de wonderlijke stop-over tijdens de maidentrip van de beroemdste trein uit de geschiedenis van de spoorwegen. Toen de welgestelde reizigers erachter kwamen dat hun trein niet verder ging dan de kust van Roemenië. Het laatste deel van het traject naar het Oriëntaalse Istanboel ging helemaal niet per trein maar moest met een aftandse stoomboot worden afgelegd. Kat-in-de-zak, geld terug of verrassingsavontuur? Het imago van de Oriënt Express was toen al zo sterk dat het ‘incident’ liever werd doodgezwegen.
Uit de huidige aanprijzingen voor grensoverschrijdende trips per boemel maak ik op dat de moderne treinreiziger dergelijk ongemak zal worden bespaard. Terwijl je toch zou denken dat het organiseren van zo’n historische herbeleving pas kan worden gerekend tot het ultieme inclusieve reisavontuur. Ongerief, uitgevoerd tot in de pluche perfectie.
Dat vakantietreinen in de verste verte geen verwantschap vertonen met intercity’s noch sprinters was in 1913 ook al geen geheim. Zo was Violet Bonham Carter, barones Asquith of Yarnbury, niet weinig teleurgesteld over het comfort dat Amerikaanse treinen de reiziger boden. ‘Je zit op een kluitje in een benauwd Pullman-hok, met je Handgepäck boven je en onder je in een suf makende bedompte lucht.’ Honderd jaar later is er wel wat veranderd maar een echo ervan is nog steeds hoorbaar.
In hetzelfde jaar hing op de Nederlandse perrons een annonce voor een ‘nieuwe snel verbinding’ naar Keulen via mijn woonplaats Nijmegen. ‘Zonder D-trein toeslag’ en in ‘Doorgaande rijtuigen 1.2.3. Klasse’. Vertrek Zandvoort 7.58. Aankomst Keulen 14.00. Een hele zit, ik geef het toe. Maar wel met aansluitingen naar Bazel, Frankfurt, Heidelberg, Karlsruhe, Stuttgart, Wiesbaden enz.’
Zo bekeken, lijkt er na een eeuw passagierslogistiek niet eens zoveel veranderd. Vakantietreinen zijn géén opstapmodel voor gewone internationale treinen. Zelfs niet als die per Express of als Star door Europa denderen. Per trein van ‘A naar Beter’ is nog steeds niet al te best. Een echt en hecht netwerk in de EU is er niet, reizen over rails kost tijd en is vaak (veel) duurder dan door de lucht. Nee, het reizen per trein is nog steeds geen ABC-tje. Reizen per trein laat nog steeds te wensen over in 2026.
Casper Jansen