De eerste week in dit nieuwe jaar boeiden ons vooral de gebeurtenissen op het zuidelijk halfrond. Dit keer stond Venezuela in het middelpunt. Ingeleid door het domweg uit het water schieten van racebootjes, verdacht van cocaïnesmokkel. Door allerlei geopolitieke oorzaken werden er in dat heetst van de strijd heel wat bevoorradingsketens verstoord. Waarbij de rigoureuze logistiek zoals die in de Caribische wateren werd gepraktiseerd, een wel heel opmerkelijke plaats innam.
Deed me onwillekeurig denken aan de rol die Supply Chain Management speelde tijdens de opmars van de geallieerde legers, in de dagen na de landing in Normandië. D-Day, 4 juni 1944. Koste wat kost, de opmars mocht niet worden vertraagd door logistieke manco’s. Elke seconde nodeloos oponthoud kon de dood van vele soldaten betekenen. De stelling van een bekende generaal uit die tijd dat ‘de lengte van een zwaard genoeg was geweest om het Romeinse Rijk te stichten’ heeft kennelijk nog weinig van haar driestheid verloren in Amerikaanse legerkringen. Op dergelijke oorlogsretoriek valt buiten de sfeer van krijgshandelingen ongetwijfeld het nodige af te dingen. Maar de noodzaak van een handelingsperspectief met ‘snelle beslissingen, uitvoering zonder dralen en gecalculeerde brutaliteit’ is wél wat in logistieke kringen meer en meer wenkt.
Toch denk ik niet dat die strijd om drugs – en olie, niet te vergeten – op het zuidelijk halfrond nog lang de krantenkoppenmakers zal inspireren. Straks klopt het ‘Hoge Noorden’ op de geopolitieke deur. De Arctische Raad, een club van betrokken landen, werd ruw gewekt uit haar winterslaap en zal aan de bak moeten. De tijd om bedachtzaam te discussiëren over visserijquota en het zoveelste onderzoek naar de invloed van de opwarming van de aarde op het noordpoolklimaat is verstreken. De ijskappen smelten en wat ijstijdenlang voor onmogelijk werd gehouden, gebeurt gewoon: er ontstaan vaarroutes via de noordelijke zeeroute.
Een logistiek buitenkansje waarvan de een warm kan worden terwijl dat een ander koud zal laten – afhankelijk van diens geografische positie. Vooral de Chinezen wrijven zich in de handen. Want de noordelijke zeeroute halveert de vaartijd van containerschepen. Terwijl notoire maritieme hoofdbrekers als Suez- en Panamakanaal gewoonweg kunnen worden overgeslagen. Ook de Russen zien de noordpool graag smelten. Militair strategisch maar ook vanwege de enorme olie- en gasreserves. Voor alle zekerheid plantten zij twintig jaar geleden alvast een vlag op de bodem van de Noordelijke IJszee.
De Amerikanen zijn er inmiddels ook achter. Loerend door een militair strategische loep constateren ze dat Groenland in de weg ligt bij het veiligstellen van hun belangen. Of ‘Groenland niet te koop was’, vroeg de bewoner van het Witte Huis te Washington. Een vredelievend geste zou men kunnen stellen; gewoon een deal sluiten om het Amerikaanse continent te vrijwaren van ongewenste ontmoetingen met de ‘Rus’ of de ‘Chinees’. Zij het met de logheid van walrusdiplomatie. Desondanks schrokken ze zich in Kopenhagen een hoedje. Groenland is al bijna vijftig jaar een autonoom gebied binnen het Deense Koninkrijk. Vergelijkbaar met het Britse Gemenebest waar Karel III ook koning van Canada is of de ‘status aparte’ van Aruba binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Kortom, de dooi van het noordpoolijs maakt heel wat los.
‘Zee bedwingers’ noemden de Noormannen zichzelf. Vol bravoure voeren de ‘Vikingen’ met hun langschepen van de Oostzee in westelijke richting en vonden zo IJsland en Groenland. Verdere ontdekkingen, boven de noordkust van Amerika, deden ze evenwel niet in hun befaamde drakenschepen die op snelheid en wendbaarheid waren gebouwd. Daarvoor stapten ze in weelderige tobbes van circa tachtig ton, vervaardigd uit dennen- of eikenhout, met vierkant zeil, zestien roeispanen en de Poolster als kompas. Zo scheerden ze zuidelijk langs de ijsgrens van de ‘Zee der Duisternis’ zoals de Atlantische Oceaan toen werd aangeduid. Verder ging niet, kon niet! Duizend jaar eerder ervoer een Griekse ‘ontdekkingsreiziger’ hetzelfde. Hij schreef over mysterieus gestolde of gestremde brij van ijs die ‘aarde, zee noch lucht’ bevatte en wat wel de ‘Uiterste Grens’ moest zijn van de bestaande wereld.
Meningsverschillen over hoe ons te verhouden tot ‘het schip naar de ‘andere wereld, dat ergens anders is als het hier niet is’ zullen in 2026 de temperatuur van het discours bepalen. Guur en snijdend want we moeten er immers niet op rekenen dat iemand het morele lef zal opbrengen om de kou uit de lucht te halen. De tijd dat we van de ‘ijspegels in de baard’ van Willem Barentsz – hij kon er toch niet door in 1596 – warm noch koud werden ligt achter ons. Tijdens zijn derde poging ‘om de noord’ naar China te varen, werd zijn schip ‘zodanig ingesloten door het ijs dat het daar werd achtergelaten…waardoor de mannen gedwongen waren een huis te bouwen in het koude, verlaten land van Nova Zembla. Waarin ze samen tien maanden doorbrachten, en nooit iemand zagen of hoorden, in de hevigste kou en ellende….’
Die hevige kou en ellende zullen ons in 2026 vooral overdrachtelijk teisteren. Wat niet garandeert dat er ze minder bars en bitter zullen zijn. Want die nieuwe vaarroute levert de kortste weg en er valt veel te halen en te brengen. En alle logistieke experts weten dat het de oplossing van het handelsreizigersprobleem – een Operations Research vraagstuk – uiteindelijk resulteert in de kortste weg.
Casper Jansen