Panta rhei. Alles stroomt. Alles verandert. Het is de gedachte die we kennen van de Griekse filosoof Heraclitus. Je kunt niet tweemaal in dezelfde rivier stappen: de volgende keer stroomt er ander water langs je voeten. En ondertussen ben je zelf ook veranderd.
Ik moest eraan denken tijdens onze zomervakantie in Frankrijk. In het prachtige, drukke Musée d’Orsay in Parijs stond ik achter een van de enorme klokken van het voormalige treinstation en keek door de wijzerplaat uit over een zonovergoten stad richting het Louvre. Toen zag ik vooral een prachtig vakantiebeeld en genoot ik van de sfeer, de prachtige kunstwerken en van die geweldige stad aan de Seine. Weer terug in Nederland zie ik ook iets anders. De klok loopt nog altijd even snel. Maar de wereld erachter verandert.
Misschien is dat wel de belangrijkste constatering voor iedereen die zich vandaag met logistiek en supply chains bezighoudt. We zijn jarenlang best goed geworden in het adequaat voorspellen van de toekomst. We houden ons bezig met Forecasting, Demand Planning, Trendanalyses, Scenarioplanning etc. etc. en nemen daar goed opgeleide mensen voor aan, organiseren workshops, schaffen software aan en denken steeds meer vanuit de integrale keten.
Onze logistiek organiseren we ‘Just in time’, kostengedrven en efficiënt. Lage voorraden. Hoge beladingsgraden. Optimale routes. Centrale distributie. Zo min mogelijk verspilling en zo efficiënt mogelijk gebruik van mensen, materieel en kapitaal. En daar is op zichzelf natuurlijk helemaal niks mis mee.
Maar onder die efficiency zat vaak een aanname die lange tijd heel redelijk leek: morgen lijkt ongeveer op vandaag. Die vanzelfsprekendheid bestaat niet meer.
We hebben in relatief korte tijd een wereldwijde pandemie meegemaakt die complete supply chains ontregelde. We zagen een containerschip het Suezkanaal blokkeren en daarmee een van de belangrijkste handelsroutes ter wereld vrijwel tot stilstand brengen. We kregen oorlog in Europa. Conflicten rond belangrijke zeeroutes zorgen ervoor dat schepen moeten omvaren.
Geopolitieke verhoudingen verschuiven. Handelstarieven worden soms aangekondigd, veranderd of ingetrokken voordat bedrijven hun supply chains erop hebben kunnen aanpassen. Besluiten van wereldleiders kunnen binnen enkele uren gevolgen hebben voor goederenstromen aan de andere kant van de wereld. En aan dat rijtje kunnen we inmiddels klimaatverandering toevoegen: te weinig water in de Rijn, een afgesloten Twentekanaal, extreme hitte, mislukte of kleinere oogsten en druiven die eerder van het land moeten. Overstromingen die wegen en spoorlijnen onbruikbaar maken.
Het zijn op het eerste gezicht totaal verschillende gebeurtenissen, maar voor iemand die verantwoordelijk is voor een supply chain hebben ze één ding gemeen: de werkelijkheid wijkt ineens af van wat je had verwacht en van de planning. En precies daar zit volgens mij een van de belangrijkste logistieke uitdagingen van de komende jaren. We moeten anders naar efficiency gaan kijken.
Niet door efficiency overboord te gooien. Maar door naast efficiency ook weerbaarheid en wendbaarheid mee te nemen in de keuzes die we maken. De goedkoopste leverancier is misschien niet altijd de beste leverancier wanneer die aan de andere kant van een kwetsbare handelsroute zit. De goedkoopste vervoersmodaliteit is misschien niet altijd de beste wanneer er geen realistisch alternatief beschikbaar is als die uitvalt. En een minimale voorraad is financieel aantrekkelijk, totdat een cruciaal onderdeel zes weken niet geleverd kan worden.
Dat betekent dat we onszelf andere vragen moeten stellen.
Niet alleen: wat is de goedkoopste route? Maar ook: wat is mijn alternatief wanneer die route morgen niet beschikbaar is?
Niet alleen: hoe laag kan mijn voorraad? Maar ook: hoe lang kan ik door wanneer mijn belangrijkste leverancier uitvalt?
Niet alleen: hoe efficiënt kan ik mijn supply chain maken? Maar ook: hoeveel verstoring kan die keten verdragen?
Dat vraagt om redundantie. Een tweede leverancier. Alternatieve routes. Meerdere modaliteiten. Strategische voorraad op kritische plekken. Meerdere DC’s. Beter inzicht in leveranciers verderop in de keten. Maar misschien vraagt het vooral om iets anders. Mensen die kunnen improviseren.
Want we kunnen onmogelijk voorspellen waar de volgende verstoring vandaan komt. Een virus. Een oorlog. Een blokkade. Een handelstarief. Een cyberaanval. Een overstroming. Of simpelweg te weinig water in een rivier. We kunnen niet voor ieder scenario een draaiboek schrijven. We kunnen organisaties wel zo inrichten dat ze snel kunnen reageren wanneer het draaiboek niet meer klopt.
Daarom denk ik dat improvisatievermogen misschien wel een van de belangrijkste logistieke competenties van de komende jaren wordt. Niet proberen iedere verandering te voorspellen, maar zorgen dat je kunt bewegen wanneer zij zich voordoet. Dat vraagt om aanpassingsvermogen, creativiteit, een soepel brein en een open blik. En om het talent om uit te zoomen, beter te kijken en in te kunnen spelen op het onverwachte.
En daarmee kom ik voor de laatste keer terug bij die foto uit Parijs. Bij die enorme klok van het Musée d’Orsay. Een klok is misschien wel het ultieme symbool van voorspelbaarheid. Iedere minuut duurt zestig seconden. Ieder uur zestig minuten. Morgen draaien de wijzers opnieuw langs dezelfde cijfers. Onze wereld werkt steeds minder zo. Misschien is dat precies wat Heraclitus ons meer dan tweeduizend jaar geleden probeerde duidelijk te maken.
Panta rhei. Alles stroomt. Alles verandert. We kunnen die verandering niet tegenhouden.
De kunst van het meebewegen. Go and adapt to the flow.