Was dat even schrikken! Alarmerende berichten uit onze vochtigste provincie. De Friese wateren zijn vies. Propvol PFAS. Op sommige plekken zelfs ver boven de norm van toegestane concentraties in oppervlaktewater. Dat zijn geen fijne berichten. Dat Nederland überhaupt behoort tot een van de meest PFAS-vervuilde landen van Europa is voor andere waterrijke regio’s wellicht een schrale troost maar niet voor de Friezen.
‘Kan best zijn maar niet in de grootste provincie van Nederland waar ‘alles net even anders is’. Zoiets moeten ze bij het Fries Bureau voor Toerisme hebben gedacht. Onze meren, kanalen, Ee, diep, sloot, vaart en vliet. Tegen een decor van weiden, winden en wolken. Zoveel pure schoonheid, plots niet meer van smetten vrij.
En nog wel – hoe navrant wil je het hebben – door een scheikundig slimmigheidje, waardoor water – ‘de parelende werking’ – wordt afgestoten en we in onze outdoorkleren niet nat worden.
‘De mensen, ze slapen. De wereld gaat dicht. Dan denk ik aan Brabant want daar brandt nog licht’. Ik heb Friezen horen schamperen over die Ode aan het zuiden. Dat de zanger vergeten is eraan toe te voegen ‘En wordt het nog later, reis dan door naar Friesland waar daar heb je water’.
Door die toegevoegde strofe klinkt het loflied opeens een tikkie vals. In zak en pfAS. Hoe zullen de Grutto’s reageren? Immunologisch slecht voor hun kuikens, dat spul in het water. In Franse wijnen is het ook aangetroffen, in alarmerende hoge concentraties. Wat doet vrezen dat ook kalmoes en andere wortels, zaden en planten, gedijend op vochtige oevers, in de traditionele kruidenbitters heroverwogen zal moeten worden.
Conform de filosofie dat ‘elk nadeel ook z’n voordeel heeft’ is er toch een lichtpuntje ontdekt. Zo wordt er in de gelederen van rayonhoofden van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden gewezen op de antiaanbaklaag in koekenpannen. Populair, dankzij een polymeer met een extreem lage wrijvingstoestand. In bevroren Fries water zal deze PFAS-verbinding subiet schaatsrecords op de Bonkervaart kunnen breken, zo is het gevoelen.
Het Friese water, te vies voor woorden? Of is dat te panikerend. In ieder geval is er niet zoiets als een Provinciaal Calamiteitenplan in werking getreden. De Friezen zoeken het zelf wel uit ‘met oude deugd en trouw’. Zwemwater, niet inslikken. Drinkwater uit oppervlaktewater maken, moeilijker. Landbouwgrond besproeien, beter van niet. En varen? Ja, varen kan, volop. Plezier en transport.
De laatste tijd is ons ingepeperd hoe belangrijk de zeevaart is: 90 procent van alle spullen komt over zee. Maar ja, de ‘Vrije Zee’ van Hugo de Groot is zo vrij niet meer, eerder vrijgevochten. Trammelant voor de grote vaart werkt door naar de binnenvaart. Stagneert in Rotterdam de aanvoer over zee dan komen overal de spullen te laat. Om dat tij te keren, worden sommige logistieke ketens al verlegd. Naar het vasteland én de rivieren. Doordat tussen Europees continent en Azië geen zee ligt, komen de ‘kleinere’ waterwegen vanzelf in beeld.
Dat het transport van bulkgoederen, bouwmaterialen, en zelfs boten, over water kostenefficiënt en schoner is, hoef je de Friezen niet uit te leggen. Lang voordat een dammetje in de Amstel dik genoeg was aangeslibd om er een haventje te laten ontstaan, bevoeren de Friese schippers al de Rijn en de Maas en handelaren reisden vanaf hun terpen naar de ‘ommelanden’ aan de Oostzee. Om er graan te halen, timmerhout en stokvis. In de verkoop hadden ze hun, zeer gewilde, Fries laken. Om de handelswaar uit de Noordse landen tot ver in het ‘Nederlandse’ binnenland te kunnen afzetten, voeren ze met platte boten zodat ze zonder overslag in havens als Deventer konden aanmeren.
Ondertussen heeft het ‘marine-cluster’ een enorme zeperd gehaald doordat de bouw van zes fregatten op een Nederlandse scheepswerf is gecanceld. Tegelijk krijgen we van de regering te horen dat er te weinig geld is om het wegennet op een fatsoenlijk peil te houden. Brakke bruggen, trage tunnels, verouderde viaducten en nog zo wat aan infrastructurele kwel maken het transportstelsel tot een hazard voor defensie.
De geopolitieke actualiteit gebiedt dat er snel soldaten en wapentuig naar Oost-Europa moet kunnen worden gedirigeerd. De Friese geschiedenis leert dat de Generaals en Admiraals een en ander het best over het ‘kleine water’ kunnen doen: de binnenwateren en de aloude ommelanden. Hoe mooi zou het zijn om ons bij het militair transport te buiten te gaan met geïnnoveerde platbodems, gebaseerd op de pre-Kogge, ontwikkeld door onze eigen marine en gebouwd op de Friese werven. Vaartuigen, van alle markten thuis. Met stekkers, en een netwerk van laadpunten en batterijen, langs de hele Oostzeekust.
Schepen uit Harlingen, Stavoren en Hindelopen, zie het zo voor me. Voorzien van een geheim wapen. Een werkend waterkanon, gevuld met Fries water. Pief-Paf-Poef met PFAS. Dat zal de vijand leren!
Casper Jansen