Alles goed en wel maar hoe moet het ondertussen onderweg. India, hun nieuwe domicilie, ligt niet om de hoek. En tussen start en finish strekt zich een logistieke keten uit die op verschillende manieren geschakeld kan worden. Vervoer door de lucht is tegenwoordig wel een dingetje, met die kerosineprijzen. Hier en daar wordt zelfs al een vliegtuigloze zondag geopperd. Daar komt nog bij dat sinds vliegmaatschappijen ‘gewicht’ als verrijking van hun verdienmodel – de rolkofferbonus – hebben ontdekt, het inchecken van reizigersbagage gevoelige tariefmomentjes kan opleveren. Zal bij het vervoer van levende have niet veel ander zijn, vermoed ik.
In de hippische wereld is de reis van ren- , spring- en dressuurpaarden door de lucht, niet onbekend. Kan flink in de papieren lopen. Met boxen, eerste of tweede klassen. Nog los van de kosten voor vervoer van en naar de stal, quarantaine, dierenrechten en andere besognes. Maar aan een nijlpaard is niets hippisch. Hun zwaartepunt is tegelijk hun minpunt, zou men kunnen zeggen. Bij dit specimen passen geen steil- of breedtesprongen noch dubbele oxers of andere sierlijkheden. Zij vormen, als het ware, hun eigen barrage. Dit fysieke balanceerspel van massa en evenwicht zou een sluwe Revenu Manager wel eens op ideeën kunnen brengen: de Nijlpaarden Taks. Overgewicht als melkkoe. De aeronautisch tegenhanger van het afslankmiddel.
De potentiële Indiase eigenaar van de nijlpaardenmeute heeft weliswaar geld zat, maar Supply Chain Management is er niet om het geld van cliënten zorgeloos over de balk te smijten. Tachtig kratten met nijlpaarden, dat is geen gewoon vrachtje, dat is bijna een militaire operatie. Over zee ligt het meest voor de hand. Langere reistijd, dat wel. Maar ruimte zat en voordeliger. Wellicht even buurten bij Venezuela waar een, weinig courante, taaie teerachtige variant van dat ‘zwarte goud’ wordt opgepompt. Zijn ze daar inmiddels gewend, aan deals sluiten.
Cartagena is de voornaamste Colombiaanse haven aan de Caribische kust. Wie vandaar met een scheepslading levende have naar India wil, moet eerst van de Caribische Zee naar de Stille Oceaan zien te komen. Kost een paar fikse duiten. Riskanter nog voor de portemonnee is de zweem van drugs die nog rond de Colombiaanse nijlpaarden zou kunnen zijn blijven hangen. Lastig te verzekeren, zo’n lading. Is bovendien de reder van het schip in de ogen van de schietgrage Amerikaanse marine nog steeds een ordinaire narcoticabaron dan dreigt voor de opvarenden het aloude ‘voeten spoelen’. Terwijl, zoals de opmerkzame lezer inmiddels weet, nijlpaarden helemaal niet kunnen zwemmen.
Mochten de nijlpaarden ongeschonden het Panamakanaal bereiken, dan is het afwachten of ze er wel door mogen van de Verenigde Staten want die vinden nog steeds dat dit kanaal weer Amerikaans moet worden. Zal je net zien dat de VS aan weerszijden een blokkade instellen terwijl de kratten met nijlpaarden zich ergens halverwege het kanaal bevinden.
Brandstof is goed voor de helft van de kosten om een nijlpaard van Colombia naar India te brengen. Schepen varen op bunkerolie, ook wel bekend als stookolie. Dat stroperige restproduct van de raffinage van ruwe olie staat evenwel in een kwade reuk bij klimaatbeschermers. En het laat zich denken dat het slepen met tachtig nijlpaarden van de ene dierentuin naar de andere bij hen evenmin warme gevoelens zal oproepen. Wat de bekommerden om de nijlpaardenexpres enigszins milder zou kunnen stemmen, is om niet te vertrekken uit het Caribische Cartagena maar vanuit Buenaventura, de Colombiaanse haven aan de Stille Oceaan. Economischer.
Scheelt zeemijlen, mijdt hachelijke nauwe ‘golven’ en ontloopt tarifering van een nukkige oorsprong. Nog acceptabeler zou het zijn als het transportschip in kwestie zal zijn uitgerust met rotorzeilen. Zeilen op de wind, dat is pas zuinig. Bij een vrachtschip dat 150 duizend liter stookolie per dag gebruikt, kunnen deze innovatieve zeilen de motor langzamer laten draaien of de vaart erin te houden door de voortstuwende power helemaal over te nemen. Tel uit je winst!
Het laat zich denken dat toen de mensheid het nijlpaard liet zien hoe zij met gedomesticeerde dieren omgaat, dat het beest dacht: mij niet gezien! Het lot van de getemde olifant en paard stemde het nijlpaard niet vrolijk. Die state of mind, hoe begrijpelijk ook, maakt het er voor de Supply Chain Manager niet makkelijker op. Nijlpaarden zijn geen lieverdjes. Ook niet als ze varen. Ze hebben immers niks aan al dat water om hen heen.
Ondertussen is haast geboden. De premier van India heeft de bevolking gevraagd om zuiniger te doen met energie door de airco lager te zetten en minder te gaan vliegen. Opmerkelijk in dit verband is zijn verzoek om een jaar lang geen goud of juwelen te kopen. Indiërs zijn dol op goud dus de leider die zoiets vraagt aan zijn 1,4 miljard landgenoten, kan in Delhi en Mumbai rekenen op zeer hoog opgetrokken wenkbrauwen. Goud is meer dan een ‘gewoon’ luxegoed. Hoort bij de traditie en schenkt prestige, statuur. Voordat de gramschap zich richt op andere statusgoederen zoals nijlpaarden, is haastige spoed geboden.
In dergelijke gevallen weten wij, sleutelaars aan gestroomlijnde ketens, wat ons te doen staat. Inschepen en weten dat de Nijl, uit heden en verleden, heel ver weg is. En dus niet bang zijn voor de chaos en turbulentie. Dat fixen we gewoon.
Casper Jansen