‘Gorkum? Nee, Gorinchem! Zei ik toch’. In Gorinchem gaan ze op 29 april a.s. opnieuw stemmen. Ze vertrouwen de uitslag niet. Signalen over een verdachte omgang met volmachten zweemden zo hardnekkig dat twijfel aan de zuiverheid van het mandaat aan de nieuwe raad de doorslag gaf. Haal de rode potloodjes maar weer tevoorschijn. Gezegend het land waar vermeende stembusfraude zelfs kan leiden tot herstemming. Nooit eerder gebeurd. Democratisch vreemdgaan. Wie is de ronselaar?
Zijn de gemeenten te groot geworden. Of hebben de fantasienamen van die nieuwgevormde gemeenten de inwoners vervreemd van hun stad of dorp. Vroeger waren gemeenten kleiner. Een kern, met een paar dorpen eromheen. Het waren gemeenschappen met een eigen identiteit en een eigen cultuur. Burgemeesters werden uitgenodigd voor het jubileum van de kegelclub. Wethouders hosten mee in de carnavalspolonaise. Bij de tonen van de fanfare werden bondjes gesmeed en amoureuze blikken uitgewisseld. Ons kende ons.
Toen kwam de vooruitgang. Burgers werden klanten. Gemeentehuizen werden organisaties. Met leiders en managementtaal. ‘Het samenvoegen van gemeenten vergroot de slagkracht, levert besparingen op en meer efficiëntie. Het gemeentebestuur weet veel beter wat er onder haar burgerij leeft. Dichterbij democratie. Bedacht in de bedompte atmosfeer onder de Haagse kaasstolp. Om bezuinigingen te rechtvaardigen. Verbazingwekkend eigenlijk, hoe snel de politieke charade postvatte dat niet kleinere maar grotere gemeenten de afstand tussen burger en bestuur verkleint. Dat deze ingepeperde paradox zou leiden tot vervreemding zoals stemfraude, was niet moeilijk te voorspellen. Toch durfde niemand dat. Zo woekerde de fictie voort.
Nostalgie? Natuurlijk kenden de mensen in de kleine kernen elkaar niet allemaal. Maar als de wethouder van een overijverige ambtenaar te horen kreeg dat ergens een illegale schutting was getimmerd, stapte hij op de fiets om zelf een kijkje te nemen. Soms volstond een praatje over de schutting waarna de schutting bleef of verdween. Mislukte die redekaveling dan kwam de kwestie in de gemeenteraad. ‘Oh, ja, die schutting daar, op de hoek van….’
Men wist waar het was, Kende de locatie. In de zeeheldenbuurt. Toen!
Dat verlies aan kennis, overzicht en samenhang zien we terug op nog groter formaat. in het bedenksel van de ‘global village’. Geen stedenbouwkundige werkelijkheid, maar een concept. Verwijzend naar de wereld als één hechte gemeenschap. Schaalvergroting, gedragen door massamedia en technologie, waardoor afstanden verdwijnen. Profijtelijk voor alle bewoners. Het eerder gepropageerde ‘Einde van de Geschiedenis’ kreeg een splinternieuw hoofdstuk. Of was het gewoon omgekeerde dorpspomppolitiek. Iets klein maken door het groot te praten. Waar hoorden we die redenering eerder?
Het enige positieve aan de actuele geopolitieke wanordelijkheden in dat werelddorp, is dat inmiddels iedereen weet dat er, ondanks al die mooie unilaterale lariekoek, nog steeds her en der ‘schuttingen’ worden neergezet. Getimmerd met logistieke paaltjes en perken. Dit keer in de Straat van Hormuz. Eerder benauwde de toegang tot de Rode Zee ons al. Piraten, raketten. En jaren geleden ontstond er zelfs een internationale rel rond het Suezkanaal. Circa vijftig gezonken schepen verstopten toen de doorvaart, als gevolg van de laatste stuiptrekking van de toenmalige ‘wereldorde’.
Inmiddels is er weer heibel. Het ziet ernaar dat we opnieuw te maken hebben met de groeistuipen van een mondiale ordening. China en de Verenigde Staten van Amerika vormen de machtsblokken. Tussen die, eufemistisch genoemde, invloedsferen zit Europa geklemd. Westers en Atlantisch, qua cultuur. Geografisch deel uitmakend van het Euro-Aziatische continent. Wie wil, kan rechtstreeks van Amsterdam naar Beijing wandelen. Op z’n Marco Polo’s. De onvoltooide tijd blijft wat het is: onvoltooid.
In het huidige tijdsgewricht is dat lastig oriënteren. Door globalisering en schaalvergroting zijn de internationale logistieke ketens dusdanig opgerekt dat de economische onafhankelijkheid van landen vrijwel fictie is geworden. Toch moeten we en willen we terug naar meer zelfstandigheid. Autonomie is het nieuwe buzzword. Een rationele ommekeer naar kleiner. Behapbaar afschalen om het spel der grootmachten te doorkruisen. Er is in Europa voldoende innovatiekracht voorhanden en cohesie aanwezig om duurzame kansen te benutten, eigen economische krachten te ontketenen die op ‘lokale schaal’ niet alleen gidsende wereldwonderen kunnen creëren, maar tevens de nieuwe norm worden voor alles en iedereen die groter wil, alleen omdat het kan.
Europa moet zich daarom niet groter maken maar beter. Vergelijk het met een paasei. Aan de buitenkant oogt het oude continent nog bros maar schijn bedriegt. De schaal is broos, gesmolten smoel van cacaofantasie. Maar van binnen verrassen ons twee kanjers van bonbons. De grootste met de pittigste ingrediënten en exotische smaken van India. De iets kleinere met alle savourerende oorspronkelijkheden en delicate variaties die van heinde en verre werden gebracht naar Europa.
Twee wiggen om de wereld kleiner te maken. en Europe sterker! Samen zoeken naar een mondiale menselijke maat. Goed voorbeeld doet goed volgen. Dan volgen de gemeenten vanzelf. Appeltje – eitje. Zo kennen we elkaar weer!
Vrolijk Pasen!
Casper Jansen