Noodkreet. Brandbrief. Zwartboek. Kat aan de bel. Hoog tijd om de aandacht te vestigen op de deplorabele staat van de infrastructuur. ‘Alleen al de transportsector loopt jaarlijks 1,7 miljard euro mis door afsluitingen en andere beperkingen op onze infra’, stellen de voorzitters van Logistieke Alliantie en de Mobiliteitsalliantie. De ‘gelatenheid’ die zij in Den Haag menen te bespeuren, hangt hen mijlen ver de keel uit. Vandaar hun initiatief om een brief te sturen naar maar liefst negen ministers. Ondertekend door vrijwel alle organisaties die grote zorgen hebben om de opstopping van het goederenvervoer in de bestuurlijke en financiële file. Stoer, daar niet van. Noodzakelijk, zeker. De vraag is evenwel: is het voldoende.
‘Wie achter de feiten aanholt, haalt ze zelden in’ zou een ‘tegeltje’ van de vader van heer Bommel kunnen zijn. Actiever zou zijn als de transportsector jaarlijks met een eigen voortgangsrapportage komt. En zo de logistiek in het brandpunt van het begrotingsnieuws te plaatsen. En in de troonrede. Werktitel: Willens en Wegens. Want waar een wil is, is een weg, nietwaar.
In dat jaarlijkse rapport, gepresenteerd tijdens een congres, worden niet alleen de knelpunten gesignaleerd maar is tevens een inventarisatie opgenomen van wat eerst moet, wat even kan wachten, wat later en wat het gaat kosten. Een visiedocument om aan de tunnel te ontsnappen. Dé manier om de infrastructuur op de politieke agenda te zetten en te houden.
Olivier B. Bommel is een ijdeltuit die overal intrapt en zich tegelijkertijd buiten de gebeurtenissen plaatst door wél mee te doen maar nochtans zijn argeloze zelf te blijven. Om, stoet haspelend op zijn ‘eigen eenzame weg’, steevast uit de penarie te worden geholpen door een list van Tom Poes, zijn ‘jonge vriend’. Blij toe want het liefst vertoeft de eigendunkende ‘heer van stand’ binnen de behaaglijke stralingscirkel van de open haard. Een pijpje smorend, een kelkje belegen port onder hand- en verwennende pantoffels onder voetbereik, verdiept in een vormend boek.
In dat zingevend streven wordt hij evenwel voortdurend gedwarsboomd door het lot, tot hem komend in de gedaante van verleidelijke proposities. Stampij in de persoon van miskende magisters, onmetelijke minkukels of grof vezelige zakenlieden. Ook door eigen toedoen, ingegeven door amoureuze inblazingen, begeeft heer Bommel zich niet zelden in situaties waarvan het karaktervormend rendement van de burleske beproevingen overigens sterk betwijfeld moet worden. Gelukkig maar dat hij dan altijd kan terugvallen op ’s vaders wijze raad betreffende de mores van een heer van stand.
Opmerkenswaardig is voorts dat, in tegenstelling tot een vaak gehoorde bewering in kringen van uitgevers en recensenten, een gelukkige jeugd geen enkel beletsel hoeft te vormen om, mits geboekstaafd door een begenadigde verhalenmaker, te wassen en te bloeien tot literatuur van nobelprijswaardige proporties. Wat maar weer bewijst dat het leven gewoon doorgaat ook als je erbij stil staat, als men begrijpt wat ik bedoel.
Tussenruimte 1
Van reparatierecht of een ecologisch productontwerp moesten de meeste fabrikanten lang niets hebben. Om het verdienmodel geen schade te berokkenen waren apparaten dichtgelijmd of lastig te openen. Repareren was een hels karwei en is het nog steeds. Om de circulaire economie een kontje te geven, moeten kapotte wasmachines, vaatwassers, telefoons, televisies, stofzuigers en elektrische fietsen weer gemaakt kunnen worden. Verrassend genoeg geldt dat recht op reparatie niet voor laadpalen en ventilatoren; producten die in een warmere wereld, vanwege een steile gebruikscurve, met slijtage en storingen te maken zullen krijgen. Ook niet voor auto’s overigens.
Bommel & Tom Poes – AI
Er is een wedstrijd uitgeschreven voor automobielen van alle klassen en soorten. Dat de autorace start bij het Raadhuis van Rommeldam en finisht op de pier van Sidderwier wijst op een goed onderhouden stratencircuit – á la Monaco – met een uitloop naar een badplaats – á la Zandvoort. Vastbesloten de rally te winnen, transformeert Heer Bommel tijdens een dollemanstest zijn twoseater – koosnaam: Oude Schicht – van een krasse kar naar een verzameling schroot zonder goede vooruitzichten. ‘Naar de vaantjes’ oordeelt de geraadpleegde garagehouder.
Geen heil ziend in een duurzame reparatie komt de automobielhersteller op de proppen met een waardig alternatief. Zijn ‘straalmotor’ verdient, zelfs naar huidige maatstaven gemeten, het predicaat: innovatief. Compressie en expansie van een gasmengsel zijn vervangen door energie van bewegende deeltjes met een lading. Terwijl het gebruiksgemak blaakt van nieuwerwetse accessoires. ‘Geen gedoe met versnellingen, geen gefrunnik met uitlaatklepjes, geen gesol met accu’, prijst de garagist zijn eigen uitvinding. Zijns inziens volstaat een enkele druk op de knop en…’daar gaat u!’ Dat de Grand Prix, ondanks knoeierijen en tumult, door het ontketende Ferrarirode vehikel van Heer Bommel wordt gewonnen, zal geen verbazing wekken. In ieder geval niet bij coureur: Tom Poes.
Tussenruimte 2
Op de maan is het niet pluis. Voor je ’t weet ploft er een raket op je pet te pletter. En dan kan we bagatelliserend worden geroepen: ‘hoe vaak gebeurt dat nou?’ Tweemaal, tot nu toe, welgeteld. Een Chinese en een Amerikaanse. Vind ik best veel. Vooral als je weet dat er sinds haar bestaan – best lang – nooit eerder aardse maaksels van formaat op de maan zijn geknald. Reken ik gemakshalve aeronautische arbeidsongevalletjes als gecrashte maanlanders en botsende rakettrappen even niet mee.
Ook niet goed te praten. Verre van dat zelfs. Volgens mij wordt naar die lunaire verkeersongelukken te veel door een roze eclipsbril gekeken. Want met dezelfde software, sensoren, camera’s, laserlichten en radargolven waarmee we autonome automobielen de weg op willen sturen, zou een ongeval waarbij een ruimteschip tot galactische gruzelementen wordt verkleind, toch voorkomen kunnen worden.
Een uitzondering maak ik voor de asteroïden en meteorieten die, dagelijks met kilo’s tegelijk, kraters in het maanoppervlak slaan. Doen ze al 4,5 miljard jaar. Als iets kosmisch kan worden genoemd, dan dat wel. Moeten we niet over zeuren. Dan verwerf je, in mijn ogen, een soort ruimterecht.
Bommel & Tom Poes – AI
‘Iedereen krijgt de eer voor dingen die ik niet gedaan heb omdat een ander mij vóór was’ klaagt heer Bommel. Niet onbegrijpelijk dat zo’n onderwaardering hem terneerslaat. Danig geïrriteerd besluit hij dat onrecht recht te zetten. Hij gaat te rade bij een onbevoegde consulent. Doordat woorden tekortschieten, zoals zo dikwijls ook in het gewone leven, raakt ‘het vorige met het volgende’ verbonden. Causaliteit en interpretatie raken in de knoop waardoor heer Bommel wordt gelauwerd voor bravourestukjes die hij liever niet had verricht, en bovendien door iemand anders zijn gedaan, als men begrijpt wat ik bedoel. Zo roept de ene miskenning de andere op.
Niet verwonderlijk dus dat de dynamiek van tijd en betekenis resoneert in een uit de koers geraakte observatieraket die zich versplinterend door het interieur van zijn rustieke woonstede naar de parterre stort. Om de, daar aanwezige, heer en zijn huisknecht te omwolken met een ordeloos ontvouwde remparachute. Het is Tom Poes die snapt dat door te kijken naar kleine dingen met een vergrootglas de dingen als zodanig niet groter worden. Met als onontkoombare conclusie dat we de ware held kunnen herkennen in iemand die zich niet groter voordoet dan hij is.
Tussenruimte 3
Nederland is een ingepolderd land. Wij zijn experts in droogmaken, wering en kering. Zout water buiten, zoet water binnen. Onze koning, toen hij nog prins was, maakte er zijn beroep van. ‘Watermanager’ stond er op zijn visitekaartje. Beweer niet dat hij er, met de kroon op zijn hoofd, wat minder bij het water is met zijn gedachten. Vrees wel dat sindsdien de waterbouwkundig ingenieurs zo in de weer zijn met zandmotors, dijkverhogingen en helmgras om te bewerkstelligen dat de Noordzee onze ‘kust vriendelijk bruisend blijft begroeten’ dat de binnenwateren er bekaaid afkomen.
Het tafereel van ‘trage rivieren, stromend door oneindig laagland’ heeft door scheefliggende woonarken, onbereikbare overslaglocaties en werkloze sluiswachters flink aan schilderachtigheid ingeboet. Laagwater is op de korte termijn net zo bedreigend als hoogwater op de lange termijn. De uitdrukking: ‘water onder de brug’ als iets waarover we niet moeten zeuren of ons minder druk zouden moeten maken, heeft zich in de delta van de taal ‘slibbend’ vertakt naar een nieuwe betekenis.
Bommel & Tom Poes – AI
Vaak wordt gedacht dat eb en vloed worden geregeld door de maan. Maar dat ligt toch ingewikkelder. Wie wil weten hoe dat zit, moet afreizen naar het eiland Raap, zuidelijk van Kaap Hozebek. Daar werkt de tij wisselaar. ‘Een functionaris die hoog aanzien geniet onder de plaatselijke bevolking, maar die hier te lande vrijwel onbekend is’. Nog bedenkelijker is dat de getijdenspecialist niet alleen de bewegingen van zilt water bestierd maar het ook ‘oude wijven’ kan laten regenen. Volgens hem moet ‘regen naar beneden want hoog is droog’. Probeer daar maar ‘s een speld tussen te krijgen.
Toeval wil dat het schip waarop heer Bommel en Tom Poes een cruise hebben geboekt, door laagwater, strandt op een eiland terwijl dat water volgens de getijdentabel van de gezagvoerder klimmende hoort te zijn. Zoals zo vaak wanneer ongenode gasten zich melden ontstaat er opschudding onder de eilandbewoners. Zij vragen zich af of eb en de vloed zich nog wel gedragen, volgens het boekje én de tij wisselaar.
Het is Tom Poes die door heeft dat het tegendraadse tij niet wordt veroorzaakt doordat het niet langer botert tussen de wisselaar en ‘de wissel der elementen’ maar door verzakking van het eiland. Een niet alledaags natuurverschijnsel waardoor onderbuik gevolgtrekkingen lelijk uit de koers kunnen raken. ‘Als men de bakens verzet, verloopt het getij’ citeert Bommel zijn goede vader. En inderdaad, zo zou men het óók kunnen zeggen. Komt immers op hetzelfde neer.
Casper Jansen
Weetgierigheid gewekt? Over een week ontdek je de rode draad en weet je meer.