Ken uw klassieken! OK. Maar welke? Een antieke die het tegenwoordig goed doet, is Thucydides, de Griekse geschiedschrijver. Is de actualiteit binnengesprongen met de ‘Thucydides Fuik’. Resultaat van zijn onderzoek naar de invloed van geografische factoren op de politieke animositeit tussen twee grootmachten. In zijn geval: Athene en Sparta. De twee stadstaten die het toentertijd voor het zeggen hadden in wat we tegenwoordig Griekenland noemen. Speelde ruim twee millennia geleden maar de conflicten zijn bepaald niet van gisteren.
‘Bevinden we ons op een nieuw kruispunt in de wereldgeschiedenis’ vroeg de president van China zich onlangs af. Klonk retorisch maar in dezelfde stijl bepeinsde hij of China en Amerika bij machte zullen zijn om de ‘Fuik van Thucydides’ te
ont-zwemmen. En zo zette de Chinese topman het onderwerp op de kaart. Hoeveel beter zou het niet zijn om samen een manier van denken en doen te ontwikkelen die model kan staan voor een werkbare balans tussen de twee grootmachten, betoogde hij. Hij had natuurlijk ook voor de confucianistische klassieker kunnen kiezen van dat ‘twee tijgers nu eenmaal onmogelijk op dezelfde berg kunnen leven’. Maar door te verwijzen naar de hoogmoed van westerse klassieke superpower versmalde hij iets algemeens en mondiaals tot iets specifieks en dorps: de controverse tussen Athene en Sparta en haar gevolgen. Antiek en lekker ver weg maar toch oh zo bij de tijd.
Volgens Thucydides was het politiek, economisch en cultureel gloriëren van Athene er de oorzaak van dat de Spartanen begonnen te denken: als dit zo door gaat, worden wij straks overvleugeld en is oorlog onvermijdelijk. Griekenland is gewoonweg te klein voor twee superieure machtsblokken. En oorlog werd het. Jarenlang. Het verwoestende conflict tussen het ‘democratische’ Athene en het ‘autocratische’ Sparta eindigde in een overwinning van de Spartanen en maakte een einde aan de ‘gouden eeuw’ van Athene.
De situatie, waarin een bestaande grootmacht zich welhaast genoodzaakt voelt om gewapende hand paal en perk te stellen aan de groei van een opdoemende rivaal, betitelen als de ‘Thucydides Fuik’, was trouwens een vondst van een Amerikaanse hoogleraar van Harvard. Niet van de oude Griek zelf.
Geopolitiek vinden we meestal ingewikkeld, soms onnavolgbaar en bijna altijd bedreigend. Slim dus van de Chinese president om op die sentimenten in te spelen. Hoe gewiekst het was om de huidige internationale betrekkingen te verengen tot een tweestrijd tussen China en de Verenigde Staten, blijkt wel uit de reacties. Alsof er een heuse titanenwedloop gaande was en er vroeg of laat daadwerkelijk partij gekozen diende te worden tussen de twee giganten.
In Europa overheerst het liever ‘Atlantisch’ dan ’Indo-Pacific’. Schuld van Columbus. Gemakshalve vergetend dat de zeeman uit Genua die min of meer per ongeluk Amerika ontdekte, op zijn nachtkastje de bestseller had liggen van Marco Polo. Die Venetiaanse handelsreiziger verhaalde al veel eerder over het machtige China. Hij was er geweest en sprak dus met kennis van zaken. Naar dat land wilde Columbus. Hij was er helemaal niet op uit nieuwe werelden te ontdekken. Nieuw aan zijn plan was dat hij niet over land naar China wilde maar over water. Daar kwam iets tussen, weten we nu.
Wie met ‘Atlantische’ ogen kijkt naar de wereldpolitieke drijfveren van dit moment, zal al gauw geneigd zijn in het China van nu het Sparta van toen te zien. Een ‘vernauwende blijk’ die menigeen angst inboezemt en met tegenzin vervult. Daartegen moet ‘het westen’ zich te weer stellen, zo is het gevoelen. Volgens een nogal potsierlijke mening die schijnt te leven in defensiekringen – en die daar, naar ik hoop, niet op al te brede steun mag rekenen – zou Europa hierop moeten anticiperen met militaire aanwezigheid in de Stille Oceaan. Hebben we hier soms te maken met een residu van de, kortelings nog zo in diskrediet gebrachte, VOC-mentaliteit, vroeg ik me af. Het ‘ende twijfel niet, ontziet uwen vijanden niet’ van de aloude ijzervreter Jan Pieterszoon Coen.
Door die vaderlandse maritieme opgewondenheid – niet te verwarren met onverschrokkenheid – worden we haast als vanzelf geattendeerd op het bezoek van ‘Jan Compagnie’ aan Taiwan. Niet alleen duurde dat slechts 38 jaar. Tijdens dat koloniale intermezzo zag de Oost-Indische Compagnie kans om de inheemse bevolking van dat eiland grotendeels te vervangen door hun Chinese overburen. Lijkt me best lastige historische bagage voor Nederlandse diplomaten terwijl ‘onze marine’ daar zo dapper rond boegseert. Casper Jansen (wordt vervolgd)