Was dat erg, die cyberstoring bij onze grootste supermarktketen? Heel erg, volgens mij. Er was een grapjas die vond dat de analoge winkelier in zijn relatie met de cyberborg een blauwtje gelopen had. Maar ik kon er niets grappigs aan ontdekken. Niets is in de ogen van een grootgrutter een grotere gruwel dan de klant verweesd langs lege schappen te zien dwalen. Te vergeefs zoekend naar dat favoriete kaasje, feestkaarsen of snackkomkommertjes. Zulke taferelen gun je niemand. En al helemaal niet de kersverse CEO van Ahold Delhaize.
Het zal je maar gebeuren. Je bent ergens nieuw en het eerste wat je moet doen is vragen beantwoorden over ‘het grootste digitale incident in de geschiedenis van supermarkten’ waarop je het antwoord niet weet. Was het falende cybersecurity? Een mysterieus zwart gat in de software? Een ordinaire hack door criminelen? Of – nu we sinds kort een officiële vijand hebben – was het door toedoen van die verfoeide statelijke actor?
Volgens de CEO zou het allemaal kunnen maar het kan ook iets anders zijn. Was die omzichtige bewoording van een politicus gekomen, dan hadden we er smalend om gelachen. Maar uit de mond van Margaret Versteden klonk het geloofwaardig; geruststellend bijna. ‘Zolang we niets met zekerheid weten, het onderzoek nog loopt, kan ik er niets over zeggen’, was haar boodschap. En dat zouden in gelijksoortige gevallen meer CEO ’s moeten doen. Wel in de openbaarheid treden en vertellen hoe de stand van zaken is.
Er bleef bij dat cyberechec overigens nog genoeg over om je over te verwonderen. Want het sop dat er door het mediaspektakel ontstond, was de kool nauwelijks waard. Want hoe vervelend ook, die lege schappen, het einde van de beschaving werd er niet door ingeluid, de wereld stond er niet door op instorten. Het leek me bovendien vooral een probleem voor het winkelende publiek in de grote steden. Voorzover klant bij ‘Appie’. Want, met alle respect voor het marktaandeel van Albert Heijn, er zijn ook consumenten die zonder bonuskaart in staat zijn een gelukkig leven te leiden. Van een breed om zich heen grijpend vakkenvullerstrauma was dus geen sprake.
Dat er in de meeste dorpen geen grote supermarkten zijn, had als licht voordeel dat op het platteland weinig hinder werd ondervonden van het ‘cybersecurity incident’. Of zelfs in het geheel niet werd opgemerkt. Bij de buurtsupers werden geen driftige wc-rolhamsteraars waargenomen. Wat niet wil zeggen dat de kleine kruidenier helemaal gevrijwaard is van mogelijke logistieke sores.
Grote ketens registreren elk product dat over de kassa gaat en leggen direct de link naar de resterende winkelvoorraad, de voorraad in het DC of zelfs de voorraad bij de leverancier. Bereikt de beschikbaarheid een zogenaamde ‘drempelwaarde’ dan gaat er acuut een signaal naar het distributiecentrum en wordt de voorraad hersteld en/of wordt er een order bij de leverancier of diens dienstverlener geplaatst.
Tegen zo’n integraal geautomatiseerd systeem kan de fysieke variant nooit op. Dus ook grutters die geen onderdeel zijn van grote ketens, werken met enigerlei vorm van gedigitaliseerde distributie. Verschil kan zijn dat de dorpse comestiblesverkoper voor de dagelijkse boodschappenverstrekking kan terugvallen op leveranciers uit de directe omgeving. Daarvan moeten we ons geen al te nostalgische voorstelling van maken. De molenaar die ook brood bakt, de boer met kaas en kool en de slager wiens half-om-half gehakt niet gehackt kan worden, zij bestaan toch eerder op plaatjes van supermarktverpakkingen die op hun beurt een geromantiseerde werkelijkheid van weleer schetsen.
Over de cybersecurity zullen nog veel woorden over de tong gaan. Wat dan, hoop ik, vooral zal beklijven is dat het script voor een unieke code – ‘Retail Enigma’ – bij onbreekbare logistieke ketens een illusie zal blijven. Wij, van SCEX, zullen voorzichtige stapjes achteruit moeten doen om het moment te bepalen waarop de logistieke lenigheid het verloor van ‘geautoriseerde’ efficiëntie. De keten werd sneller maar ook kwetsbaarder, zo blijkt maar weer ‘s.
Wat we nodig hebben, is geen cybernetische defibrilator om het bestaande systeem op te peppen en zo de omzet op niveau te houden. Maar een parallelle mensenhandenroute. Een logistiek noodpakket dat wellicht iets minder snel is maar robuust genoeg om de voedselvoorziening in supermarkten te garanderen. Een contingency plan noemen we dat ook wel met een duur woord. En dus nog een extra uitdaging erbij voor al die hardwerkende directeuren en managers in supply chain en logistiek. En dan moeten ze van onze overheid nog extra voorraden gaan aanleggen ook….Casper Jansen