De een verlangt naar vroeger, de ander wacht liever op later. Wat de vraag oproept of er eigenlijk wel zoiets bestaat als een heden; een momentane vluchtheuvel van waaruit naar achteren kan worden geschouwd om er proberen achter te komen wat de toekomst brengen moge. En er tegelijkertijd achter te komen dat de geschiedenis te weinig aanknopingspunten biedt om er zekerheden aan te ontlenen of zelfs maar vooruit te kunnen blikken naar de contouren die neveliger worden naarmate ze dichterbij komen.
Kan zijn dat Transport en Logistiek Nederland (TLN) zich niet de eerste aangewezene vindt om de weg te wijzen in het geopolitieke landschap. Al lijkt me de bevangenheid dat logistiek niets met politiek te maken heeft net zo achterhaald is als de telkens oplaaiende discussie bij voetbal. Mede daarom was de oproep van Canadese premier aan de middelgrote naties om een eigen koers te varen, wars van de twee zich almaar meer oppompende grootmachten, een welkome. ‘We moeten ons niet laten piepelen door een stelletje spookrijders op hun eenbaansweg, daar aan het Plein van de Hemelse Vrede of in de Balzaal van het Witte Huis. Gewoon maling aan hebben. Vertrouwen op eigen kracht.
Er is buiten die twee dwingelanden nog meer dan genoeg wereld om prettig zaken mee te doen. Weg met die passiviteit. Niks kiezen tussen rijsttafel of hamburgers. Voortaan bepalen wij wat er op het menu staat. En ook wie er in de keuken staat. Niks mis mee. Kom op zeg!’ De leider van een van de grootste landen in de wereld zei het in Davos anders, diplomatieker, maar daar kwam het wel op neer. Was geen woord Grieks bij. ‘Pas op, laat je niet verleiden in die fuik zwemmen!
Het leiderschap dat de Canadese premier ten toon spreidde, leverde hem recent zelf een uitnodiging van de Europese Unie op om geassocieerd lid te worden. Wat dit precies behelst, weet niemand maar het klonk als een soort compliment. Canada. Een niet bijster representatief steekproefje leerde me dat de parate kennis omtrent dat land niet zeer groot is. Een winnaar van de Elfstedentocht is er gaan boeren. Ze exporteren ahornpannenkoekenstroop, hebben schaatsbanen en ijshockeyen beter dan ze voetballen. En, oh ja, bijna vergeten, lid van de NAVO, zijn ze ook.
Welnu, de Canadezen zijn bezig hun betrekkingen met de Amerikanen te herwaarderen. Die relatie leek in marmer gebeiteld. President Kennedy wijdde er ooit warme woorden aan. ‘Geografie maakte buren van ons. Geschiedenis maakte ons vrienden. Economie maakte ons partners. En noodzakelijkheid maakte ons tot bondgenoten’. Was ook zo. Af en toe vielen er harde woorden maar lang gold de alliantie tussen de twee buurlanden als hecht. Niet in de laatste plaats door hun geïntegreerde economieën.
Sinds een andere Amerikaanse president bralde dat hij van plan is van Canada de zoveelste Amerikaanse Staat te maken, is de vriendschap bekoeld. En niet zo’n beetje, ook. Zo constateerde de Canadese premier dat ‘de banden met de Verenigde Staten die we voorheen als onze kracht ervoeren, zijn omgeslagen in onze zwakte. Hoog tijd voor een correctie en herdefiniëring van onze positie’.
Hoog in de Zwitserse Alpen verbreedde hij zijn binnenlandse ervaringen tot een mondiale visie. Bij een paar graden onder nul hield hij voor een gehoor van wereldleiders een warm pleidooi voor een nieuwe wereldorde. Poly centrisch, bevolkt met zelfbewuste naties om het streven – van welk land dan ook – naar hegemonie de kop in te drukken. Zijn speech echode, als het ware, de bewering van Thucydides dat ‘de stad door mannen en niet door muren wordt beschermd.’
Dat de premier van het land waar kreeften in vallen en sneeuwkrabben in fuiken worden verschalkt, zijn klassieken kent, blijkt uit de omzwachtelde manier waarop hij zijn visie inkleedde. Indachtig het spreekwoord van de oude Grieken: ‘Te veel meningen laten de boot zinken’ pleit hij niet voor machtsmaximalisatie van een derde handelsblok, als tegenwicht van de twee geopolitieke zwarte gaten waardoor naties dreigen te worden opgeslokt. Integendeel, hij maakt zich sterk voor het creëren van overzicht en beheersing van het almaar complexer wordende netwerk waarbinnen elke hapering hele ketens kan ontwrichten. Geen derde mondiale krachtpatser erbij. Met de potentie van misschien wel meer dan honderd gebonden landen, zou zoiets best kunnen lukken. Want nog zo’n opeenstapeling van macht zou het momentane wankele evenwicht alleen nog maar verder verstoren. ‘Ken uzelf!’ Heel Grieks, eigenlijk.
Wat we óók leren van Thucydides is dat, hoe machtig Athene en Sparta zich ook waanden, de allergrootste dreiging niet van elkaar kwam maar van buiten, van Perzië. Dat was pas een echte grootmacht. De grenzen van dat rijk strekten zich uit van Egypte tot India. Inclusief de Griekse stadstaten, gelegen aan de Anatolische kant, de ‘Turkse Riviera’. De Perzische koningen wilden het liefst heel Griekenland inlijven. Alles inclusief. Leek de Perzen een handig tussenstapje naar de rest van Europa. Hun militaire bemoeizucht werd evenwel steevast gedwarsboomd. Daar stond de samenwerking tussen Spartaanse elitetroepen en de Atheense vloot garant voor. Ook bij Marathon stond Niké, de Godin van de Overwinning, aan de Griekse kant zoals menige hardloper zal weten. Over samenwerking, in plaats van polarisatie, gesproken.
Enfin, de Perzen gaven niet op. Hooghartig weigerden zij het spel volgens andermans regels te spelen. Lukte dat niet met bot machtsvertoon dan maar met vilein wroeten achter de schermen. Zo werden Sparta en Athene toch tegen elkaar uitgespeeld. Werd de ene partij gepaaid met geld, dan werd de andere partij ingepalmd met beloften over soevereiniteit.
Welnu, het clusteren van zo’n alles en iedereen overkoepelende megapower ontbreekt in het Canadese plan. De verleiding om die positie te laten innemen door het kunstmatig organiseren van een ‘Over-Macht’, bestaande uit alle naties, buiten de invloedsfeer van de huidige twee die zich graag tooien met het predicaat: superpower, heeft de Canadees kranig weerstaan.
Het hartverwarmende aan de ‘Kings’ Speech’ van de Canadese eerste minister is dat hij niet voor het vleiende en flemende compromis kiest noch de confrontatie zoekt. Integendeel, hij laat weten dat het getouwtrek tussen die twee economische macho’s iedereen de keel uithangt. Wat hij kinderachtig vindt. Ertegenover plaatst hij de soft power van de strategische autonomie. ‘Het draait niet om jullie, het draait zelfs niet alleen om ons, het draait om ons allemaal!’ Niet het knechtende Perzische Panacee van een ‘macht boven macht’ maar een bezielend narratief over tussenposities, mengvormen en zelfbinding is in staat de rust terug te brengen in een gepolariseerde wereld.
Casper Jansen (wordt vervolgd)