Een logistiek essay over ketenmanagement van Sint en Santa
Het kan geen kwaad om ’s een keertje in te zoomen op hoe Sint & Santa hun complexe logistieke klus in de drukste maand van het jaar klaren. Hoe regelen zij hun inbound logistiek, voorraadbeheer, opslag & distributie? Wat is er bekend over de besturing van hun logistieke keten? Hoe komen ze tot een accurate forecast? En managen ze hun retouren eigenlijk wel adequaat?
Hoogste tijd om volledige openbaarheid te verschaffen over het logistieke curriculum van Sinterklaas en Santa Claus. Volgens de beproefde methode van Tracking & Tracing worden alle gangen nagegaan. Opdat niets onopgemerkt blijft en niets ons kan ontgaan neem ik u – beste lezer – in zeven delen mee in de logistieke wandelgangen van deze twee weldoeners.
*** DEEL 4 ***
‘Het was de nacht voor Kerstmis’. Zo begint misschien wel het beroemdste gedicht in de Engelse taal. De Amerikaanse professor in de theologie die het schreef (1823) voor zijn kinderen, gaf het sinterklaasfeest ermee een ander twist. In 28 vierregelige rijmen verschijnt plots een hele andere Sint Nicholaas op het toneel. Om te beginnen in de nacht ná kerstavond en niet 5 december. Er is echter meer tussen hemel en aarde wat zijn oog waarneemt. Zo maken we kennis met een morsig gnoomachtig baasje, in wie we in de verste verte geen deftige bisschop meer herkennen.
Deze kerstkabouter komt met zijn slee en acht rendieren aangejakkerd alsof hij door een roedel probleemwolven op de hielen wordt gezeten, en parkeert dat atavistische transportmiddel doodgemoedereerd op het dak. Niet uit baldadigheid maar gewoon omdat schoorstenen nu eenmaal de kortste route zijn waarlangs speelgoed beneden in de woonkamer in een sok – geen klomp, schoen of laarsje – belandt. Precisiewerk, zonder gestommel langs de smoorklep, het omstoten van houtblokrek of gerinkel van het haardstel. Petje af!
Geen vreemdeling zeker, deze nachtelijke bezoeker, want door de dichter wordt hij amicaal St. Nick genoemd. Een man van weinig woorden die na gedane arbeid even geruisloos vertrekt als hij is gekomen. Pas bij take-off laat hij van zich horen. Dan fluit hij op zijn vingers, noemt zijn rendieren bij naam, vuurt ze aan om als adelaren het luchtruim te kiezen en roept: ‘Gelukkig Kerstfeest voor iedereen, en goede nacht!’ Vanaf dat moment zou het sinterklaasfeest zoals toen in Amerika gevierd, een andere afslag nemen. Sint werd Santa.
In die tijd werden de kerstdagen niet zo groot gevierd als tegenwoordig. Vrome lieden vonden het te Germaans en Romeins. Er hing een heidens luchtje aan. Dat de, naar New York, overgewaaide Engelse traditie dat op de ‘Twaalfde Nacht’ arme sloebers naar de huizen van de rijken togen om zich door die rijke stinkerds te laten fêteren met eten, drinken en fooien, hielp niet mee. Door dronkenschap, slemppartijen en straatslijperij leidde deze opgedrongen generositeit tijdens de donkere dagen voor kerstmis allengs tot meer onbegrip bij de gastgezinnen.
Met de herschepping van de Nicolaastraditie hielp de schrijver de abominabele uitwassen in december om te katten tot een respectabele gebeurtenis. Wat moet hebben geholpen, is dat het leek alsof die verandering helemaal geen verandering was maar een voortzetting van een leuke bestaande traditie. De originele Sint-Nicolaas gaf de staf door aan…ja, aan wie eigenlijk? Aan een loyale vertrouweling? Zijn broer? Of misschien wel aan zichzelf? Niet veel later gebeurde aan de andere kant van de oceaan – in Nederland – iets vergelijkbaars. Daar schreef (1851) een schoolmeester aan een particuliere school op de Anjeliergracht in Amsterdam, aan ‘Sint-Nicolaas en zijn Knecht’. Met zijn prentenboek zette ook hij de viering van het sinterkaasfeest op zijn kop. Ook hier berijmd proza maar dan met acht kleurplaten. We zien de goedheiligman de haven van Amsterdam binnenstomen en aan het eind weer vertrekken per trein. Stoomboot en trein waren toen nieuwerwetse vervoermiddelen.
Photo by freestocks on Unsplash