Een logistiek essay over ketenmanagement van Sint en Santa
Het kan geen kwaad om ’s een keertje in te zoomen op hoe Sint & Santa hun complexe logistieke klus in de drukste maand van het jaar klaren. Hoe regelen zij hun inbound logistiek, voorraadbeheer, opslag & distributie? Wat is er bekend over de besturing van hun logistieke keten? Hoe komen ze tot een accurate forecast? En managen ze hun retouren eigenlijk wel adequaat?
Hoogste tijd om volledige openbaarheid te verschaffen over het logistieke curriculum van Sinterklaas en Santa Claus. Volgens de beproefde methode van Tracking & Tracing worden alle gangen nagegaan. Opdat niets onopgemerkt blijft en niets ons kan ontgaan neem ik u – beste lezer – in zeven delen mee in de logistieke wandelgangen van deze twee weldoeners.
*** DEEL 6 ***
Zijn levensmotto horen we ook terug in dat ‘ho, ho, ho’ van hem. Klinkt een beetje als ‘houd de dief’ terwijl de boef aan het einde van de straat de hoek omslaat. Het arresterende in zijn ‘ho, ho’ overtuigt niet. Er zweemt altijd een glimlachje omheen. Listig verborgen achter zijn baard. Maar oplettende luisteraars laten zich niet foppen. Kinderen nog wel want die zijn thuis gewend aan opvoeders die menen dat zij hun kroost het gelukkigst maken door niets te verbieden of te gebieden. Zo bezien is Santa Claus één groot pedagogisch misverstand. Vindt Santa niet. Hij ziet zichzelf als medium van wat iedere Amerikaan als zijn grondwettelijk recht beschouwt: het najagen van geluk.
Van Sint-Nicolaas naar Sinterklaas. Van weldoener tot wonderdoener. Van geestelijk herder tot patroonheilige van emballeurs, marskramers, kaarsenmakers. En niet te vergeten: dieven, zakenlieden en nog een stuk of zestig beroepsgroepen waaraan hij geacht wordt beschermtijd te besteden. Ik geef ’t je te doen. De rode draad, geweven door zijn zeventienhonderdjarige gang door de geschiedenis, is zonder enige twijfel zijn standvastigheid. Zijn talent om voortdurend te veranderen en toch dezelfde te blijven, heeft hem ver gebracht. Van wat was en wat is gebleven, valt zijn gave op om in de gunst te blijven bij vele gezindten.
Ondanks die politieke handigheid overheerst een gedistantieerde attitude die nog meer reliëf krijgt door zijn kledij. Weinig drempelverlagend, met die ernst afdwingende koorkap, mijter en kromstaf. Niet écht de attributen van de jolige oom die eens per jaar op visite komt en die we vrijpostig begroeten met ‘Ha, die Sint’.
We zingen Sinterklaas dan wel toe maar ook in onze gezangen klinkt beduchtheid door voor wat ons te wachten staat. Wie zoet is krijgt lekkers en wie stout is billenkoek. Geen innemende boodschap. Geen heerschap naar wie je je gemakkelijk openstelt.
Op oude prenten is te zien hoe de kindervriend (?), na het Grote Boek te hebben geraadpleegd, stouteriken en pestkoppen ongenadig op hun falie geeft. Hoewel deze opvoedmethode de laatste tijd als traumatisch voor de kinderziel wordt ervaren en uit de gratie is geraakt, is een glimp van gestrengheid altijd aan hem blijven kleven. Een echte toffe peer zal hij daarom nooit worden, Sinterklaas.
Dat die afstand tussen kind en klaas op den duur het geloof in het instituut: Sinterklaas zou ondermijnen, zag hij ook wel in. Een kardinale fout. De Sint had een imagoprobleem. De uitkomst van een brainstormsessie in het bisschoppelijke paleis was dat de goedheiligman een stap terug moest doen en een deel van zijn takenpakket delegeren naar lagere echelons in de organisatie: de Pieten.
Die upgrade was zo succesvol dat het pietendom helaas geen maat wist te houden. Steeds zwarter, burleske blingbling, mallotige praatjes en over de top-bedrijfskleding. De overkill ontaardde: snaaks werd sneu. Er ontstond vurig verzet ontstond waarvan naweeën nog steeds smeulen. De pietenpuinhoop werd bezworen met ingrijpende maatregelen. Roet werd het nieuwe zwart. Is daarmee de kous af? Nee! Ik zie in deze inkeer de aanzet tot de zoveelste verandering in de levensloop van Sint-Nicolaas.
Welke kant die opgaat, is moeilijk te zeggen. Denk vaak dat de rudimentaire bisschop uit Mira die nog steeds in Sinterklaas huist, hem altijd parten is blijven spelen. En dat hij daardoor in zijn maag zit met de alsmaar uitdijende cadeaucavalcade die in zijn naam losbarst. Als ik het goed heb dan voorzie ik in een restauratie van de tijd waarin het gezelschap van de Sint bestond uit één Piet. Met als grote verschil dat die persoon niet langer zwart is maar groen. Het is niet makkelijk om groen te zijn, zoals we weten van een kikker, maar in die kleur gloren kansen. Zoals het sinterklaasfeest menigmaal heeft laten zien, is de tijd immer onvoltooid en staat zij nimmer stil. Er wenkt altijd toekomst.
Photo by freestocks on Unsplash