De beste wensen. De meeste hebben we binnen, gelukkig. In China niet. Daar doen ze op 19 januari. Niet uit dwarsigheid maar omdat voor de Chinezen een jaar begint op de eerste dag van de tweede nieuwe maan na de winterzonnewende. Daarom heeft het Chinees Nieuwjaar geen gefixeerde datum.
Vroeg me af of ze in Beijing en Shanghai ook met gevaar voor eigen ogen en ledematen afscheid nemen van het oude jaar of het nieuwe jaar ermee begroeten. We zagen natuurlijk allemaal die prachtige droneshow, maar ik denk zomaar dat ze het ook nog doen met ouderwetse ‘Gillende Keukenmeiden’, grondbloemen en van die, eigenlijk best wel brave, knetterende rode rollen met zilvernitraat. En dat ze het resterende mengsel van zwavel, houtskool en salpeter in die Cobra’s stoppen. Kunnen dodelijk zijn maar geen wapen in de zin der wet. We worden niet op de bon geslingerd als de politie die ondingen bij ons thuis in het keukenkastje aantreft.
Het verhaal gaat dat buskruit een Chinese vinding is. Ze propten het in holle bamboebuizen, hielden er een vuurtje bij en wisten vervolgens voor de kleurige explosietjes die ontstonden, geen andere toepassing te bedenken dan er fop – en schertsvuurwerk van te maken. Europeanen vonden die lui uit China maar een stelletje pyrotechnische nitwits. Snapten niet dat je met dat spul in die knalerwtjes kastelen kon vernielen, schepen de grond in konden boren en mensen konden doodschieten.
Wie tijdens Oud en Nieuw de verwoestende kracht van Cobra’s heeft meegemaakt, kan erover meepraten. Je zou haast denken dat de Chinezen nog steeds niet helemaal door hebben wat hun vuurwerk voor vreselijks kan aanrichten. Zou goed zijn ze daar eens op te attenderen.
Gevaarlijk vuurwerk – ongevaarlijk vuurwerk bestaat niet – willen wij graag hebben blijkt. Ook al woedt op veel plaatsen de oorlog, in onze veilige omgeving zijn we er dol op: lekker knallen. ‘Je ziet je buren nog ’s, niet iets om te verdoezelen, die sociale functie’. In China is die behoefte niet aan dovemans oren gericht. Exporteren maar! Containers vol. Want dat is wat Chinezen graag doen: spullen maken, verkopen en distribueren over de hele wereld. Het liefst in uitbundige hoeveelheden.
Het is vooral het ongebreidelde ervan dat hen op kritiek is komen te staan; de laatste tijd steeds vaker. De klacht is dat ze geen maat weten te houden. Er was een tijd – nog niet zo heel lang geleden – dat we van gekkigheid niet wisten hoe we ‘Made in China’ moesten verslepen en verschepen. Maar de tijden van ‘Ni hao’ zijn verbleekt. In Europa klinkt na dat ‘Jij goed’ nu een luider ‘Wij goed’.
De behoefte minder afhankelijk te worden van China stikt van de paradoxen en spagaten. China exporteert stekkerauto’s, windturbines, zonnecellen en batterijen. Producten, die vanwege hun prettige prijs en energiezuinigheid concurreren met het Europese alternatief, en zo direct bijdragen aan onze Parijse klimaatdoelstellingen.
Dat ieder voordeel z’n nadeel heeft, blijkt ook nu weer. ‘Die Chinese producten krijgen staatsteun en zijn kolengestookt en dat is niet eerlijk’, roepen de Europeanen; heel ondernemend en antifossiel maar ook een beetje traag en duur.
Zij die schreeuwen: ‘Stoppen met die handel’ en ‘Koopt eigen waar’ dienen wel te beseffen dat in de geglobaliseerde economie zoals die zich met een enthousiast participerend Europa heeft ontwikkeld, zelfvoorzienende in – de – schulpkruiperij illusoir is. Veel van wat we nodig hebben – of denken niet te kunnen ontberen – komt van buiten Europa. Tegenover elke exporteur staat altijd een importerende partij. Elke bevoorradingsketen heeft een begin en een einde. Simple comme bonjour. En iedereen die de theorie van de comparatieve kosten van Ricardo een beetje begrijpt, snapt hoe het werkt.
Het nieuwe jaar gaan de Chinezen in met het vieren van het Lentefeest of Lentefestival. Zou ik ook wel willen, na de champagne meteen de volgende dag tijdens een kersenbloesemtocht de oliebollen eraf lopen. Ditmaal staat het Chinese Nieuwjaar in het teken van de Slang. Ook wel Houten Slang of Bosslang. Volgens de sterrenwichelaars munten ‘slangmensen’ uit in intelligentie, bedachtzaamheid en charme. Niet de slechtste eigenschappen om ermee een jaar in te gaan dat, volgens de astrologische kalender, potentie en vernieuwing in het vooruit stelt. Inspirerende eigenschappen. Niet alleen voor Chinezen. Lang zo gek nog niet om die gewoon over te nemen. Als goede wederzijdse voornemens voor het komende jaar.
Qua Slang lijkt het me superintelligent om bij het definiëren van de relatie tussen China en Europa nu eens niet uit te gaan van onszelf maar van de ander. Dit her-bubbelen zal geheid verrassende overeenkomsten zichtbaar maken. Europa vergrijst, China ook. Europa heeft een vastgoedprobleem, China ook. In Europa sluit het opleidingsniveau niet goed genoeg aan op AI, in China evenmin. China heeft te kampen met economische stagnatie. Ook Europa moet alle zeilen bijzetten om niet achterop te raken.
Beter dan de verschillen benadrukken, is te kijken naar waar we complementair kunnen zijn. Zouden we het aandurven? Dat Europese autofabrikanten zich niet langer verzetten tegen de import van goedkope stekkerauto’s uit China. Maar hun knowhow om auto’s te assembleren aanwenden om auto’s minutieus te slopen. Niet maken maar kraken. En zodoende het autométier transformeren naar een ongedachte toekomst. Met een duurzaam verdien- en welvaartsmodel, gebaseerd op het honderd procent recyclen van de materialen die veranderen van reststoffen in grondstoffen, en herwinning van al die kostbare aardmetalen uit toekomstige e – wagenparken. ‘Kom maar op met die elektrische auto’s. Wij weten er wel raad mee!’
Vuurwerk op Oud en Nieuw is in ons land een traditie die na circa zeventig jaar een nieuwe nieuwjaartraditie heeft gebaard: de roep om de afschaffing ervan. Crux is hoe een vuurwerkverbod ingevoerd te krijgen zonder traditionalisten met mortieren en cakes de barricaden op te jagen?
Hoe? Door op die traditie ideeën voor vervanging, verbetering, verjonging los te laten. In de hoop dat wat op Europese schaal moeilijk realiseerbaar lijkt, een petieterige Nederlandse gemeente wel zal lukken? Ik hoorde over een gemeente waar zelfs een burgerberaad werd opgetuigd om met innovaties op de proppen te komen. Veilig fuiven, hoe doe je dat? De brainstormresultaten waren niet om over naar huis te schrijven. Licht- en Lasershows met DJ-rumoer. Vuur verruilen voor lampjes. Weinig origineel. Surrogaatdenkers die me doen denken aan die open haard op de tv: flakkerende vlammetjes, geen warmte. Wel populair overigens leren ons de streaminggetallen van Netflix.
Oudtijds was vuurwerk de boodschap aan de boze geesten om op te hoepelen. Lukte nooit helemaal want het moest elk jaar weer opnieuw. Denk wel eens dat, door de scheve blik waarmee we tegenwoordig naar China kijken, Europa zelf een blik demonen heeft opengetrokken die ons meer angst aanjagen dan dat ze dat de Chinezen doen. Alsof de werkelijkheid al niet magisch genoeg is.
Wat we moeten doen, is leren loslaten. Mee durven drijven op de wilde baren van de geopolitieke oceaan. De golven terugduwen, lukt immers niemand. Erna zal altijd weer een nieuwe golf ontstaan.
Het Jaar van de Slang nodigt ons uit om de obstakels die ons ervan weerhouden om ons welzijn en welbevinden uit te bouwen zoals we dat het liefst zouden willen, te slechten. Hoe doen we dat? Nou, dat doen we door geen duvelstoejagers van overleefde paradigma’s te blijven. En de demonen niet langer met vuurwerk te bestoken, maar ze te omarmen en een warm welkom – Nǐ hǎo – te bereiden in 2025.
Casper Jansen