‘Het nationale geheugen gaat niet alleen over herinneren maar ook, en misschien nog meer, over vergeten’. Dat antwoordde Ernest Renan toen hem werd gevraagd: wat is een natie? Voor wie deze bon mot graag met een beetje staatkundige én historische fantasie verder wil invullen, zou in de geopperde spoorlijn van Eindhoven naar Leuven, via Brussel, zelfs meer kunnen zien dan louter twee universiteitssteden nader tot elkaar brengen. Is het wellichr een stap in de vorming van een grensoverschrijdende breinregio die naadloos aansluit op het streven om Europa zelfdenkend te maken. Een Groot-Brabant waar AI slechts het begin is van een ontwikkelreeks die via BI en CI moet eindigen in het ultieme ZI.
Tegen de achtergrond van zoveel continentale ambitie verbaast, eerlijk gezegd, dat spoorlijntje me een beetje. Ik doel dan niet zozeer op de kwellingen die treinreizigers nog steeds moeten doorstaan. Ook niet op de vraag waarom het nog steeds niet lukt om het kopen van een intercontinentaal vervoersbewijs even simpel te maken als een ritje met een sprinter. Evenmin op de kwestie waarom een duurzaam transportalternatief als de trein het nog steeds verliest van de concurrentie door de lucht.
Nee, wat mij hooglijk verbaast is hoe het Eindhovense samenwerkingsraamwerk met vier sectoren om complexe maatschappelijke uitdagingen op te lossen, een spoorlijntje naar Leuven nodig heeft om een visie uit te dragen. Een trip die immers net zo goed, zo niet beter, met zelfrijdende en zelfsturende auto’s kan worden afgelegd. Voor deze mobiliteit van de toekomst worden op korte termijn al nieuwe stappen verwacht. Weliswaar moet er dan nog steeds iemand achter het stuur zitten om op elk moment te kunnen ingrijpen, maar de vaart zit er wel degelijk in.
Mooie klus trouwens waarvoor bijbeunende studenten in de rij zullen staan. Want, stel je voor: je zit daar, een beetje achter het stuur te niksen. Terwijl ondertussen met gespitste oren luisterend naar een Nobelprijswaardige gedachtewisseling tussen twee of drie professoren op de achterbank. College Cadeau. Wél blijven opletten hè, want de relatie tussen zelfsturende vehikels en verkeersveiligheidswetten is nog steeds niet vrij van spanningen.
Een andere optie zou zijn om de kwijnende hyperloop een tweede – of derde – kans te geven. Dit razendsnelle transportsysteem door vacuümbuizen moest een revolutie ontketenen door passagiers in een capsule met 1200 kilometer per uur naar hun bestemming te schieten. Super duurzaam doordat er onderweg geen weerstand is. Maar het verwijt is dat de bedenkers ‘met klompen het ijs op zijn gekomen’. Met andere woorden: leuk ideetje maar te weinig doordacht. Op een malle manier te weinig competitief met ‘lijnvervoer’ dat overal onderweg haltes heef. Zo zeurt het rond. Oud voor nieuw! Of is het andersom?
In hoeverre snelheid de concurrentie met andersoortig vervoer dat overal tussenstops kan maken, zou kunnen winnen, is een vraag die eigenlijk niet ter zake doet want het gaat immers om Eindhoven – next stop – Leuven. Ideale afstand. Niks uitstappen onderweg. Prima traject om proef te draaien.
Dat deze transportmodaliteit over het hoofd is gezien, wijt ik aan een gebrek aan belezenheid. Voor het opvullen van een historisch leemte in de semi-wetenschappelijke ‘Vlaamse’ literatuur verwijs ik naar het album: De Vliegende Klomp. In dit ‘visiedocument’ zijn Suske en Wiske van plan om een toeristische trip te maken naar het buitenland. En wel naar het schone Noord-Brabant. Probleem: er is daar zoveel moois en interessants dat ze niet weten hoe ze dat in een korte tijdspanne allemaal kunnen bezichtigen. Professor Barabas weet raad. Hij heeft een lucht geveerde klomp uitgevonden want ‘Nederland moet je op klompen zien’. In het, door de Provinciale VVV van Noord-Brabant gesponsorde, verhaal komen ze met dit vehikel’ overal. Een trouvaille. Want verkeersborden: ‘Verboden te parkeren voor klompen’ bestaan niet.
Niet direct een voorbeeld van de Viervoudige Helix, zo’n zwevende klomp? Zeker niet. Ten behoeve van een raamwerk voor innovatie en regionale ontwikkeling dat samenwerking stimuleert tussen vier sleutelactoren: wetenschap (= universiteiten), beleid (= overheid), industrie (= bedrijfsleven) en maatschappij (= burgers, gebruikers, consumenten) is meer nodig. Maar dat klompverhaal getuigt wel van een speelsheid die in Europa hard nodig is om baanbrekende technologieën voor militaire en civiele toepassingen te ontwikkelen en te financieren. Vindingen die, ná verbreding van Brainport Eindhoven met Belgische breinen, de wereld versteld zullen doen staan en allerwege de uitspraak zullen ontlokken:
‘Nou breekt m’n klomp’.
Casper Jansen