Voor wie voor altijd zijn hart heeft verpand aan de Amsterdamse grachten, zal het even wennen zijn. De rondvaartboten hebben niet langer het rijk alleen. Er gaan weer vrachtboten varen. Op de hoofdstedelijke waterwegen herleven oude tijden Transport en sier dienen weer meer te worden verweven. In Utrecht ook trouwens waar supermarktketen Boon een van haar filialen in het hart van de stad met een elektrische boot gaat bevoorraden.
In de eeuw die we lang de Gouden Eeuw mochten noemen, wemelde het langs de kades van schepen en schuiten. Laden en lossen, de hele dag door. Tot ver in de negentiende eeuw was het dé manier om de vele markten te bevoorraden. Nodig om de buik van Amsterdam vol te stouwen en de bevolking te voorzien van allerhande waar.
Dat bevoorrading over water uit de gratie raakte – te arbeidsintensief, te duur, te complex, te omslachtig, te traag – was het gevolg van de introductie van de vrachtauto. Doordat die werd beladen aan de rand van de stad vervielen de omslagpunten aan de kades en ontstonden er buiten het stadscentrum distributiepunten. Dat leverde weliswaar een extra schakel in de bevoorradingsketen op. Maar die woog ruimschoots op tegen de ineffectieve aanvoer over water. Zo daalde allengs de loomheid neer over singel en rui. De weinige rimpels werden veroorzaakt door een eenzame roeier of passerende eendjes. Het waaiervormige grachtensysteem zwalpte romantisch verder in pittoreske doelloosheid.
Dat in 1954 werd geopperd om die grachten dan maar te dempen om zo ruimte te scheppen voor het groeiende autoverkeer en bijbehorende parkeerbehoefte, vinden we nu reuze raar. Toch was dat wel degelijk serieus bedoeld. Amsterdam was toen in veel opzichten een groezelige stad waar de geest van de wederopbouw rondwaarde. Zij die erdoor behept raakten, vonden dat met het dempen van de grachten ook meteen wel wat oude gebouwen, zoals het Paleis op de Dam, weg konden. Oude meuk. Het centrum van de hoofdstad moest een soort ‘Zuid As’ worden. Het onzalige plan werd alras mikpunt van de heemschutterij en andere erfgoedbeschermers waarna het roemloos ten onderging.
Nu, driekwart eeuw later, heeft de oude binnenstad van Amsterdam het nog steeds moeilijk. Te veel verkeersbewegingen door te veel verschillende vehikels, vaak nog zwaar ook. Te grote intensiteit aan stadstransporten, denderend over bruggen en langs de kades die zoveel druk niet aankunnen en plotsklaps afkalven. Amsterdam is daar niet uniek in. Denk aan de Utrechtse grachten. Sinds enkele jaren is in de Domstad het zware vrachtverkeer aan banden gelegd. Te veel trillingen ondermijnen de middeleeuwse kelders, gelegen onder straten of grenzend aan de werven langs het water. Dus rijden er kleinere transportauto’s. Maar omdat het volume niet is afgenomen, rijden er daardoor wel meer.
Om de bijbehorende luchtvervuiling enigszins te dempen, stellen gemeenten milieuzones in die alleen toegankelijk zijn voor elektrische voertuigen. Een dergelijke maatregel maakt stadsvervoer ongetwijfeld schoner. Alleen, maakt de uitruil van diesel door batterijen de ‘druk’ op de omgeving eerder meer dan minder belastend. Kortom, het managen van de omgeving van de oude grachten in het hartje van historische steden is een infrastructureel hoofdpijndossier. Vechten tegen de bierkaai.
Dan bieden de waterverkeersaders uitkomst, zou men zeggen. Voor een elektrische bierboot – niet te verwarren met de bierfiets – kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Een slang van de biertanker om pils naar het café te pompen is zo uitgelegd. Denkbaar tot zelfs tot naar etablissementen die niet direct aan een gracht gelegen zijn, maar in de straat erachter. Maar voor de ambachtelijke bieren in flesjes biedt dat geen oplossing. Die moeten ook de fluisterboot af. Wat eigenlijk ook geldt voor alle andere goederen waaraan in de grachtengordels behoefte bestaat. Stille elektrische
mini-trucks vervangen door ratelende containers. Kade sparend maar allesbehalve efficiënt en kostenbesparend allerminst. Geen reële opgeluchte logistiek.
Deze beleidsbeweging in het Amsterdamse stadhuis deed me denken aan een passage in de ‘Memoires of gedenkschriften van Pieter Bas’, ‘bijeen gezameld en geordend’ door Godfried Bomans. Heerlijk boek. Nog steeds.
We schrijven het jaar 1870 en leven mee met de jonge Bas die op moet voor zijn kandidaat-examen. Veel te vroeg wakker, zwerft hij door een matineus Leiden. Bij een filiaal van Wijnand Fockink op de Hooigracht zag hij ‘hoe drie mannen bezig waren een vat naar boven te hijsen. Het scheen mij plotseling toe alsof er niets heerlijkers bestond op aarde dan in dienst van Wijnand Fockink vaten naar boven te hijsen’.
Wat er in die vaten zat? Wijn, likeur. Maar die inhoud boeit me niet. Het gaat me om het beeld. Ongetwijfeld zullen de Amsterdamse grachten straks drukker bevaren worden, en niet alleen door horecaleveranciers. Over het water zal de komende tijd zeker meer worden gevaren dan het ‘bootje van weleer’ waaraan wordt gerefereerd in de idyllische ode ‘Aan de Amsterdamse Grachten’. Maar dat het komen en gaan van parlevinkende transporteurs straks van de weeromstuit binnenvaartstremmingen zullen veroorzaken. En daardoor bij de kapiteins van rondvaartboten zoveel woede zullen wekken dat hun protesterende reders in optocht naar het gemeentehuis, de Dam of het Museumplein zullen optrekken, acht ik uitgesloten. Een epische infrastructurele maatregel van ‘heb ik jou daar’ zou ik dit grachtenplan niet willen noemen.
Trouwens, over demonstreren gesproken. Het Amsterdamse stadsbestuur zou er, met haar vastberadenheid om ruimte te scheppen in het verkeer, wellicht beter aan doen om de ruim drieduizend demonstraties die jaarlijks door de hoofdstad trekken, te kanaliseren. Letterlijk van de straat af, door de grachten aan te wijzen als enig route waar voortaan gevoelens, wensen en meningen van welke aard dan ook kenbaar kunnen worden gemaakt. De Poseidon Polonaise. Keurig uitgevoerd binnen een framewerk waarbinnen onvoorziene gebeurtenissen met enorme impact op natuurlijke wijze kunnen worden beheerst en beteugeld. Zwarte zwanen in een prachtige kooi.
Nieuwe impuls voor de boten business. De permanente sfeer van een Prinsengrachtconcert. Alle dagen Pride. Genoeg te zien en te beleven. Ideaal voor baliekluivers. ‘Aan de Amsterdamse grachten…’.
Casper Jansen