Groene laatste mijl

De decembermaand ligt al weer enige tijd achter ons. De kerstboom is opgeruimd, de lichtsnoeren opgerold voor de volgende kersteditie en ook de enorme kerstsokken – maatje 49 of zo – hangen inmiddels niet meer aan de schoorsteenmantel.

U kent die sokken wel, ernstig oversized, wattige boord, rode en groene kersticoontjes. Verzin ik het nou of lijken die olijke rendieren, guitige kerstkereltjen en stralende sterren op deze seizoensgebonden voetmode ons welhaast te willen schoppen naar de winterse gezelligheid. Knusse sokken.

Slim ingekocht, die coronakousen, dat wel. Want ik herinner me ook nog een tijd dat een sneeuwpop of andere kerstongein op je trui écht niet meer kon. Maar aangezien in de mode alles vroeg of laat ‘retro’ terugkeert, is er reden tot bezorgdheid. Heeft de jongste generatie inkopers zich er wel voldoende rekenschap van gegeven dat overdadige gezelligheid ook in het tegengestelde kan verkeren. Dan transformeert het gebreide kerstboompje naar een symbool van klimaatopwarming en zetten glitterklokjes aan tot filosofietjes over de zin van het leven.

In het kader van zingeving voor beginners stel ik voor te beginnen met de twee levensvragen die mij – nog even mijmerend over de afgelopen feestmaand – kwellen: vanwaar die sok en wat heeft die korte kous vandoen met kerst? Eenvoudige vragen, geen simpele antwoorden. Verre van dat. Kortheidshalve zou men de kwestie literair kunnen afdoen met de parafrase: ‘Een sok is een sok is een sok’. Maar daarmee doen we de kerstsok écht tekort. Behalve het curieuze retailgegeven dat deze Super XXL-kersteditie niet per paar maar als enkel exemplaar over de toonbank gaat, heeft deze sok een geschiedenis en verhult hij tevens een mysterie.

Dat onze Sint Nicolaas en Santa Claus op enig moment met elkaar versmolten zijn geraakt, is een slecht bewaard geheim. Maar waar Sinterklaas zijn gulle gaven uit een jutezak opdiept, alvorens deze via de schoorsteen in kinderschoentjes te kieperen, daar grijpt de kerstman zijn giften rechtstreeks vanaf de rendierslee en zwiept ze vervolgens door het rookkanaal waarna ze zonder mankeren in die giga – sokken glijden, hangend aan de schoorsteenmantel.

In beide arbeidssituaties verzinnebeeldt de schoorsteen de verbinding tussen de mens en de ‘bovenwereld’ waar boldergeesten en vergeten goden verwijlen. Dat het helse boe-geroep door de schoorsteen waarmee het beroete personeel van de Sint  goedgelovige kindertjes de stuipen op de lijfjes jaagt, in de loop der jaren door Santa is vervangen door het meer seculiere ‘ho-ho-ho’ laat een ontwikkeling zien die vooral in retailkringen op bijval kan rekenen. In de kern komt het er op neer dat de vroegere vrees om met een knuistvol pepernoten te worden afgescheept, is ingeruild voor een ongeremd consumentisme waarbij het ‘stoute’ gedrag van de ontvangers niet langer maatgevend mag zijn bij de keuze van het geschenk.

Dat Santa’s handelwijze desondanks als een pijnlijk gemis aan episcopale ernst kan worden aangewreven, valt te begrijpen. Daar stel ik echter tegenover dat Santa, qua logistiek, wat je noemt je van het is. Het aardige is nu dat de kerstman de sok, als omverpakking, regelrecht heeft afgekeken van zijn alterego. Toen Nicolaas nog geen ‘Sint’ was maar al wel zieleherder te Myra, een plaatsje in de buurt van de Turkse Middellandse Zeekust, hoorde hij op zekere dag over een koopman die door riskante beleggingen, pech en ongetwijfeld verkeerd ketenmanagement zijn hele bedrijfskapitaal was kwijt geraakt. Wat zijn situatie nog beroerder maakte, was dat hij drie dochters had die graag wilden trouwen. In die tijd werd het schenken van een bruidsschat aan de toekomstige echtgenoot, tot de huwelijkse voorwaarden gerekend.  En dat geld had hun platzakke papa niet.

Opgejaagd door schuldeisers zag hij geen andere uitweg dan van zijn villa een soort Playboyclub te maken, met zijn drie dochters als bunny. Toen bisschop Nicolaas dit onzalige ondernemingsplan ter ore kwam, besloot hij in te grijpen. Hij vulde drie beursjes met geld uit een ouwe sok en mikte die op een bewolkte avond door de openstaande slaapkamervensters van de drie zusjes naar binnen. Wie schetst de opgetogenheid toen zij de volgende ochtend voor hun bedjes de drie ‘bruidsschatten’ aantroffen? Welnu, niemand. Want Nicolaas wilde zich niet laten voorstaan op zijn geste en bleef een ‘vreemdeling die verdwaald is zeker’ en derhalve niet naar zijn naam kon worden gevraagd.

Deze handelwijze zou in de parochie aanleiding hebben kunnen gegeven voor allerlei complottheorieën. Maar, of de mensen deden daar toentertijd niet aan, of ze gunden de meisjes hun loten uit de loterij, de uitkomst was dat de gulle gever een mysterie. bleef. Al ontstonden er, juist vanwege dat ongewisse, toch verhalen die allengs fraaier werden. Zo veranderden de muntstukken in goudstukken die op hun beurt werden opgewaardeerd tot gouden ballen. Vandaar de ‘appeltjes van oranje’ volgens sommige exegeten. Maar ik hoe het erop dat oranje gewoon beter rijmt op Spanje dan op Turkije.

Waar ik evenwel naartoe wil, is het distributienetwerk van beide heren. Ik doel dan met name op de inmiddels beruchte ‘laatste mijl’. Wat me hierbij opvalt dat er sinds het bestaan van Nicolaas eigelijk niets is veranderd in het distribueren van pakketjes. Nog steeds – na zeventienhonderd jaar – worden ze handmatig van adres naar adres gebracht en dat blijkt met de rapstijgende volumes van online aankopen niet meer tijdig te lukken. Slimme retailers wisten daar deze feestperiode overigens gelukkig snel op in te spelen met winkelmedewerkers als heuse fietskoeriers.

Maar goed, hoogste tijd dus dat wij, van SCEX, voor de volgende decembermaand – en dat is al weer over 11 maanden – met eigentijdse oplossingen komen. En dan denk ik niet aan zachtjes voorbij zoevende accu’s, empathische bezorgrobots of rijdende batterijen. Maar aan iets op kousenvoeten. Aan bestaande winkels in onze buurt waar we lopend of fietsend al onze pakketjes zelf gaan ophalen. Ik weet heus dat dit idee niet gloednieuw is. Maar dat zijn Sint en Santa ook niet. Wat die twee wel zijn, is toekomstbestendig. Dus alle reden om voor 2021 te blijven dromen van een ‘slimme groene laatste mijl’ en een ‘witte kerst’.

Casper Jansen

Photo by Irena Carpaccio on Unsplash

Gerelateerde blogs

Bekijk alle blogs