Heerlijk Avondje

Heiligen, ze bestaan, nog steeds. Sommigen herkennen we in één oogopslag. Dat zijn de officieuze. Officiële heiligen zijn dood. Hun levensverhalen dienen ons, gewone stervelingen, tot voorbeeld. Net als mythen, sagen en sprookjes worden ze doorverteld en opgeschreven. Zo’n narratief groeit gewoonlijk uit tot een deugverhaal waaraan niemand meer kan tippen. Dan is de heilige legende geworden. De enige manier om als heilige aan dat lot te ontsnappen, is te bidden dat zijn of haar verhaal een ontwikkeling doormaakt en meebeweegt met tijd, plaats en omstandigheden. Die mirakelse Nicolaas is dat gelukt.

Na een tijd waarin de katholieke bisschop het bepaald niet makkelijk had in het protestantse Nederland – zijn konterfeitsel op speculaaspoppen werd zelfs verboden – voltrok zich de ommekeer. Ruim anderhalve eeuw geleden werd die in gang gezet door een prentenboek, getiteld: ‘Sint-Nicolaas en zijn knecht’. In dat kinderboek wordt berijmd verslag gedaan van de goedheiligman die domicilie in Spanje heeft gekozen. Om van daaruit met een van de modernste vervoermiddelen van toen: de stoomboot jaarlijks naar Nederland af te reizen om zijn ‘verjaardag’ te vieren.

Waarom hij in Spanje woont, weet niemand. Oudtijds was Nicolaas immers bisschop in een streek die toen christelijk was maar nadien werd geregeerd door een Turkse sultan. Sporen van dat ongemak vinden we nog terug in de klaascanon: ‘Het is een vreemdeling zeker die verdwaald is zeker. Laten we hem gauw eens vragen naar zijn naam.’ Lichtjes achterdochtig. Passend bij onze tolerante volksaard. De ene fabel is de andere waard, nietwaar!

En zo ontstond er een ronduit spannend verhaal over de jaarlijkse intocht van een katholiek kerkvorst. Verlucht met plaatjes en liedjes. Het restantje van diens vroegere missie: mensen bekeren, vinden we nog terug in zijn gewoonte om kinderen de maat te nemen. Wie zoet is geweest, krijgt lekkers en wie stout was ontvangt een kastijding met gard of roe. Bij zeer ernstige ontsporingen, qua gedrag, dreigde zelfs de claustrofobische ervaring van in een jutezak te worden gestopt. Een maatregel die wij, ketenversnellers, verketteren, als zijnde een inadequate wijze van emballeren.

Desondanks worden aan de ‘sint’ graag pedagogische kwaliteiten toegeschreven, terwijl tegelijk wordt gewezen op een weeffout in dat verhaal. Want zijn de kinderen eigenlijk niet het product van hun ouders? Zo ja, dan dragen zij geen schuld aan hun boos, ondeugend, of ongehoorzaam zijn maar is dat te wijten aan een tekortschietende opvoeding? Ergo, hun ouders dienen in de zak naar Spanje te worden afgevoerd (waarbij overigens dezelfde inpakbeperkingen gelden).

Boeiender lijkt me evenwel de vraag waarom uit de reien der heiligen juist Sinterklaas de held is geworden van een volksfeest. Over veel heiligen wordt verhaald dat zij vanwege het verduren van pesterijen, martelingen en doodslag tot die status zijn doorgedrongen. Kortom, het wordt hem niet makkelijk gemaakt. Zoals blijkt uit het relaas van een onthoofding waarna het slachtoffer de eigen schedel onder de arm nam en er vandoor ging. Dat mag dan een stichtend voorbeeld zijn; enthousiaste navolging zie ik niet zo gauw gebeuren. Dan liever Nicolaas. Die deed het menselijker, gerieflijker, haalbaarder.
Hij verrichtte vele goede werken zoals zeelieden redden van een gewisse verdrinkingsdood. Maar zijn meest fameuze is en blijft drie goudklompjes – appeltjes van oranje – bij drie zielige zusjes naar binnen gooide en hen zo voorzag van een bruidsschat en bewaarde voor een onzalig lot. Kijk, met zoiets, daar kunnen wij, gewone mensen, wat mee.

Vegen we zijn goedertierenheid op een hoop dan ben ik geneigd daarop het etiket: barmhartigheid te plakken. Goeddoen. Compassie hebben voor je medemens. Geen puur christelijke eigenschap overigens. Ook de islam en het hindoeïsme hameren erop. Wat barmhartigheid zo menselijk maakt, is dat het – anders dan vaak wordt gedacht – uitgaat van wederkerigheid. Wie goed doet, goed ontmoet. Diegene komt in de Hemel, het Paradijs of Nirwana. De echo van ‘wie zoet is, krijgt lekkers’ kan erin worden beluisterd. Met de beloning zit het dus wel goed. Vandaar ook dat we bedrijven die graag goede dingen willen doen of werken willen verrichten voor ons welzijn en welbevinden, niet meteen moeten wegzetten als groenwassers en dergelijke.

Het klinkt meteen zo faliekant en is zeker niet in de geest van die goeie ouwe Sint. Pochen mag best een beetje. Al zou natuurlijk ook best een voorbeeld kunnen worden genomen aan de ‘verklede’ man met die mieterse mijter op. Want hij herinnert ons eraan dat de drie zusjes nooit te weet zijn gekomen van wie dat goud afkomstig was. Wellicht vergrootte dat juist de bisschoppelijk aura van mysterie en ongrijpbaarheid en in één adem door zijn naam en faam. Resulterend in een dijk van een imago dat overeind blijft ‘ook als het weer zo lelijk is’ en ertoe heeft bijgedragen dat we de ‘heerlijke avondjes’ ter ere van hem tot in lengte van jaren zijn blijven vieren. Menig Supply Chain eindbaas zou een moord doen voor zo’n reputatie.

Casper Jansen

 

Photo by Wouter Supardi Salari on Unsplash

Gerelateerde blogs

Bekijk alle blogs