Je plaats kennen

Winnaars zijn verdacht tegenwoordig. Spontaan applaus kunnen ze wel vergeten. Als eerste aantikken of een lijn passeren wil nog niet meteen zeggen dat je er al bent. De winnaar moet zo’n eerste plaats eerst nog even verdedigen. Maakt niet uit in welke categorie. Ook buiten de sport. De bestuursvoorzitter wiens bedrijf lekkere winst heeft geboekt, heeft wat uit te leggen.

De laatste tijd is, tot overmaat van ramp, ook nog goedertierenheid in het verdomhoekje komen te staan. Zo keek ik met open mond naar iemand op de televisie die niet gespecialiseerd was in het importeren van mondkapjes maar wel beter wist dan het gevestigde inkopersgilde hoe in een panikerende markt aan die virusweerhouders te komen. De doortaster verklaarde dat hij de neus- en mondbeschermers om niet aan zorginstellingen had geleverd. Wat dat vroeger een steels bewonderende blik van de interviewer zou hebben opgeleverd, was nu de argwanende vraag: waarom? Het antwoord van de zakenman was dat hij rijk genoeg was en het sparen van een aantal mensenlevens voor hem voldoende beloning was. Zorgaplomb. Gek genoeg was het niet eens zijn altruïsme dat mij trof. Maar dat wie iets zonder winstoogmerk doet, daar tegenwoordig wel een erg goede en sluitende rede voor moet hebben.

Dezelfde achterdocht kan iemand ten deel vallen die harder loopt dan anderen. Toen een Nederlandse topatlete onlangs met tien seconden het record op de 10.000 meter scherper stelde, kreeg ze geen beker of medaille maar het verzoek om haar schoenen in te leveren. Souvenirjagers? Nee, dienstkloppers. Klopte die schoenen wel? Waren de zolen niet te dik? Veerde het voetbed wel zoals voorgeschreven? En die spikes, hoe hoog waren die eigenlijk? Dat de atlete in een bloedvorm steekt zoals de regelmaat liet zien waarmee zij de laatste tijd grossiert in toptijden, kon de sportklerken niet bommen. Er moest en zou een zuiver overwinningsbewijs komen. De eindstreep als plaats delict.

Ik probeerde me voor te stellen hoe wij, supply chain fans, ons zouden voelen als we weer eens, zoals afgesproken, de goedweren ongehinderd en zelfs iets sneller dan gedacht door de keten zouden hebben gevoerd. Dat we dan getrakteerd zouden worden op sceptische blikken uit ogen onder wenkbrauwen, dusdanig gefronst dat ze de vorm van heuse vraagtekens dreigden aan te nemen. ‘Mooi allemaal, maar is dat wel zuivere koffie? Want iedereen weet dat door de pandemie zijn overal kinken in de aanvoerketens ontstaan waardoor nog her en der containers op plekken staan die een logische aan- en afvoer van producten volstrekt logenstraffen. En sinds wanneer strooit dat wereldwijde tekort aan computerchips geen siliciumkorrels tussen de schakels van jullie ketens? En waarom ondervinden jullie geen hinder van het handelsverkeer met het Verenigd Koninkrijk? Is hier soms sprake van een Schots complot?’ Het vervelende is dat dit allemaal nog waar is, ook. Het imago van de logistieke sector heeft positievere tijden gekend.

Een collega uit het werkveld probeerde me gerust te stellen met de bewering – volgens mij niet van hemzelf – dat winnen nu eenmaal niet alles is. Toen hij me opgelucht zag ademhalen, voegde hij er echter aan toe: ‘maar het is wel het enige wat telt!’
Misschien een tikkeltje over de top. Maar het is wel de supply chain mentaliteit zonder welke bevoorradingsketens er al te vaak slap bij zouden hangen. Onze sector acteert in instabiele tijden. Zoals onlangs bleek uit het treurige onvermogen om alle uitslagen van schoolexamens op het juiste adres af te leveren. Lichte twijfels aan ons adres vallen dus te billijken. Bovendien, wij hebben geen Minister van Supply Chain Zaken en Logistiek Ketens die ons, nadat we in gebreke te zijn gebleven bij het afleveren van cruciale bestelling, toch een ruime voldoende geeft. De hoogte van onze scores hangt of van onze ijver en beroepseer. De slaagkans bepalen we zelf!

Casper Jansen

 

Photo by Luis Felipe Lins on Unsplash

Gerelateerde blogs

Bekijk alle blogs