Aan die dikke banden ligt het niet. Ook niet aan het elektriek. De een vindt ‘m stoer, volgens de ander is ie niet om aan te gluren. Hou je toch. Maar gewoon, qua fiets, eigenlijk best in orde. Met die dikke banden en die lage instap is de bolle bike zelfs stabieler dan de gewone e-bike. Echter, wat aan dit lekkere laag-bij-de-grondding blijft kleven, is de snelheid. Ze gaan te vlug. Racemonsters zijn het. Bereden door rokkenpiloten. Al linke soeperig doende, is de vette vélo steeds in het verdomhoekje van de fietsenstalling terecht gekomen.
Jammer want fietsen is juist zo gezond. Fietsen maakt autonoom. Fietsen is ecologisch trappend demonstreren, zonder leuzen of spandoeken. Wie fietst pedaleert zich in het zweet tegen de opwarming van de aarde. Nobele daad, en nog sportief ook. En een handig transportmiddel is het ook nog ‘s. Voor pizza’s, pakjes en puddingbroodjes bijvoorbeeld. Dat vinden wij logistiekelingen dan weer fijn.
Vanwege die pluspunten is er veel werk gemaakt van snellere fietspaden. Ruimer, rood, ongelijkvloerse kruisingen, fietsrekken, fietsenstallingen. Meer fietscomfort voor wie naar het werk gaat. Meer recreatief plezier voor de vrijetijdsfietser. Mobieler voor wie bewegen moeilijk is. Meer gemak voor iedereen. Doorfietsen maar!
Met de beste bedoelingen werd het fietspadennetwerk uitgebreid en gemoderniseerd. En dan is het weer niet goed. Want dat ‘snellere’ – in de betekenis van onbelemmerde doorstroming – heeft door het elektrisch fietsen een negatieve bijklank gekregen. Een goede fietsinfrastructuur haalt forensen uit de auto, was de gedachte. Denk dat ze het zelfs bij de Raad van State een goed idee zouden hebben gevonden. Maar, volgens critici, is er te veel naar de fiets gekeken als een alternatief voor de auto. Als een mobiele oplossing, vrij van files, non-stop naar school en kantoor. Daardoor was de focus op het tweewielige gepersonaliseerde vervoer voornamelijk verkeerskundig geweest, en te weinig geconcentreerd op veiligheid. Je zou ook kunnen zeggen dat de gewone fiets door de elektrische is ingehaald.
Dikke bandenrijders zijn de coureurs van het gemankeerde ongeduld. Type pizzabezorger. Racend, passerend en slalommend jagen ze de argeloze of eenzame fietser de stuipen op het lijf. Ze zijn volgens deskundigen een gevaar op de weg; voor iedereen; ook voor zichzelf. De fietsongelukken kosten de samenleving veel euro’s per jaar, aan medische kosten en arbeidsuitval. Dat was niet wat de beleidsmakers beoogden met hun vrij liggende fietspaden.
‘Nee, niet zoenen op het zebrapad’ zong Willeke Alberti in 1962. Een vrolijke terechtwijzing waarmee toen kennelijk kon worden volstaan om de zeden in het verkeer te beteugelen. Was ook de tijd dat knipperbollen bij een zebrapad serieus werden genomen en weggebruikers stopten voor de ‘Klaar Over’. Met dergelijke zoveel verkeer regelende braafheid hoef je tegenwoordig niet aan te komen.
Met welke boodschap leggen we dat roekeloze rijden op de fietspaden dan aan banden? Daarover in mijn volgende kolom.Casper Jansen