Rokjesdag. Al geweest of moet nog komen? In wist het even niet. Al voorbij? In de Week van de Lentekriebels? Dan is er altijd een hoop te doen over wat open moet en bloot kan. Mogelijk waren het de bloesemtochten of de tulpentram geweest. Hoe dan ook, op de een of andere manier was het rokjessignalement ondergesneeuwd geraakt?
Er is tegenwoordig overal wel een dag, week of maand voor. Staat van tevoren vast. Zo niet, rokjesdag. Die onttrekt zich aan deze albedilzucht. Martin Bril, de nog immer betreurde columnist, schreef erover in 1996. Hij vond de dag waarop de straten ineens gevuld werden door blote damesbenen, gewoon verbazingwekkend. En vroeg zich af hoe het kon dat zonder bekendmaking door kranten, radio of televisie – nee, geen Social Media – rokjes toch het straatbeeld domineerden.
Dertig jaar geleden werden de antwoorden voor wat op het eerste gezicht onverklaarbaar leek, niet meteen gezocht in de hoek van samenzweringen of complotten. Voor de existentiële vraag: ‘rokje of geen rokje’ hadden vrouwen geen geheim feministisch genootschap nodig; ze hadden het ook niet per se voorvoeld, ze wisten gewoon dat de dag gekomen was. Dat het zover was. Een pact, zonder afspraak noch agenda. De deur uit met blote benen onder rok of jurk, heerlijk. Ook voor de columnist bleef het gissen. Veel verder dan dat ‘Rokjes dag het eigenlijke begin is van de lente’ kwam hij niet. Wat overigens voor hem wel betekende dat het een optimistische dag was. Meer dan genoeg, dus! Want een beetje optimisme kunnen we best gebruiken. Toen, en vandaag de dag misschien nog wel meer.
Hoe kwam het dan dat nota bene op de dag waarop het voorjaar pront en prominent op de catwalk de lente viert, de rokjesparade mij toch was ontgaan? Ik wijt het aan de tijdgeest. De trant van denken en doen die een bepaald tijdperk kenmerkt. Door niemand en nergens voorgeschreven maar in het publieke domein niet te missen.
‘Rokjes Dag’ is daar een goed voorbeeld van. De column verscheen bijna dertig jaar geleden, in Het Parool. De term bestond weliswaar al langer maar werd door Martin Bril ververst. Met ontzag sprak hij over vrouwen die het voortouw nemen, de teugels laten vieren. De paden op, de lanen in. Vooruit met eigengereide pas. Niet met bleue benen, in iets weggestopt, maar gezien worden in je eigen originele vel. Zo werd rokjesdracht en vogue terwijl het tegelijk het modieuze ontstijgt.
Mode is een stelsel van normen en waarden dat gedurende korte tijd opgang maakt. Met een dermate sterke impact dat mensen het enerzijds moeilijk vinden om zich eraan te onttrekken en aan de andere kant als makkelijk genoeg ervaren om eraan mee te doen. De modebladen zijn er om ons te vertellen wat gisteren ‘in’ was maar morgen echt niet meer kan.
Het aardige aan de toekomst is dat ze altijd met één dag tegelijk komt. Wil dat ook zeggen dat we vandaag aan de rokjes kunnen zien wat ons morgen te wachten staat. Heeft dat buis- of kegelvormige lapje textiel dat om de taille of op de heup wordt gedragen, deels of geheel de benen bedekkend, dergelijke voorspellende waarde? Vertegenwoordigen zij een trend?
Casper Jansen
Photo by Tamas Munkacsi on Unsplash