Museaal huppeltje

Een museum, dat wil ik ook. Niet voor mezelf maar voor onze beroepsgroep. Er is zowat voor alles een museum. Derhalve mogen wij, van de supply chain, niet ontbreken. Ons ambacht kent een rijke historie en, als ik zo om me heen kijk, ligt er een nog rijkere toekomst in het verschiet.

Een beetje museum, zo meen ik te begrijpen, heeft een canon. Een verzameling van springende punten en kantelmomenten, aan de hand waarvan de houder van een museumjaarkaart wordt duidelijk gemaakt wanneer iets begon of een ontwikkeling definitief doorbrak. Sommigen zien zo’n ‘venster’ het liefst gelardeerd met een gezonde dosis vaderlandsliefde. Al weet je nooit zeker wanneer die echt gezond is. De geschiedenis – ook die van musea – leert immers dat wat in de ene periode wordt geroemd als ‘gezond verstand’ in het andere tijdsgewricht het stempel ‘knettergek’ opgedrukt krijgt.

Dus, waar te beginnen? Onze verre voorouders deden al aan logistiek. Ze verzamelden wortels, bessen en noten – een soort prehistorische muesli – en peuzelden die ter plekke op. Verschalkten ze een gnoe of wildebeest, dan lagen de  boutjes nog diezelfde avond op de barbecue.

Dus begon men al gauw voorraadjes aan te leggen en manieren te bedenken om voedsel te bewaren. Voor eigen gebruik, om te ruilen of te verhandelen. Zo ontstonden simpele schakels en de eerste ketens. Kon je moeilijk doen of makkelijker.

Mits er genoeg brandhout en een stel vuurstenen voorradig waren. Een beetje vooruitzien maakte ook toen al het leven gerieflijker. En ja, Homo Sapiens, hè! Dus begon men al gauw voorraadjes aan te leggen en manieren te bedenken om voedsel te bewaren. Voor eigen gebruik, om te ruilen of te verhandelen. Zo ontstonden simpele schakels en de eerste ketens. Kon je moeilijk doen of makkelijker. Wie dat door had, holde niet langer zelf achter een sappige zebra aan of putte zich uit in het snuffelen naar tutti frutti. Maar zorgde dat die spullen elders goed terecht kwamen; distribueren zouden we tegenwoordig zeggen.

Zo kwamen de Batavieren omstreeks het begin van onze jaartelling in holle boomstammen ons land binnenvaren. Dat deden ze met de stroom van de Rijn mee want gemak dient de mens. Of het historisch juist is, weet ik niet, maar het klinkt logisch, qua vervoermiddel dan. Want hele stukken Nederland lagen toen nog regelmatig onder de waterspiegel. Eenvoudig zal het opzetten van zo’n ketenmuseum niet zijn. Aan bijna alles wat we deden, zat twee kanten. En die moeten tegenwoordig zeer gewetensvol worden belicht. Je komt er niet met één venster over alleen de transatlantische slaventransporten. Het tentoonstellingsbeleid zit dus vol angels en klemmen. Een expositie over de schaats in heden en verleden, hangt af van de vraag of de schaats een ketenwaardig transportmiddel is. De Friezen zijn natuurlijk vóór. Maar hoe zullen de Limburgers reageren?

Het tentoonstellingsbeleid zit dus vol angels en klemmen. Een expositie over de schaats in heden en verleden, hangt af van de vraag of de schaats een ketenwaardig transportmiddel is. De Friezen zijn natuurlijk vóór. Maar hoe zullen de Limburgers reageren?

Ook Ernst Casimir, onder meer stadhouder van het Landschap Drenthe, wiens hoed bij Roermond door een musketkogel werd doorboord, is zo’n twijfelgeval. Die hoed opnemen in een supply chain museum zou, mijns inziens, alleen rechtvaardiging kunnen vinden in het feit dat door die dodelijke kogel de hoed hem van het hoofd vloog.

De vele gelikte reclame-affiches ten spijt, bestaan de meeste exposities nog steeds uit een plaatje met bijbehorend tekstje, of een audiootje. In ‘ons’ museum moet meer te doen zijn. Ik droom van een gigantisch lege hal. Met ergens in een hoek, een piepklein pakketje, er ogenschijnlijk achteloos neergelegd. De oplettende bezoeker hoort uit dat pakketje een zacht gemurmel opstijgen. Logistieke bestemmingen die er toe doen. Namen van airports, havensteden, distributiecentra. Af en toe maakt het pakketje een onverwacht, elektronsich aangestuurd, hupje. Door die mobiliteit verwerft de loze ruimte opeens een ketenachtige dimensie die door het insmeren van de vloer met pindakaas nooit bereikt had kunnen worden.

Ik voorzie drommen bezoekers en vijf sterren of ballen in de kunstkaternen van de kwaliteitskranten. Hoe bijzonder moet je zijn om zoiets veelzijdigs als de Supply Chain over het voetlicht te krijgen? Auto’s, boten, treinen, fietsen, tassen, koffers, allemaal hebben ze al een museum, bedacht ik. Dat zag ik bijvoorbeeld deze week met eigen ogen in het London Transport Museum. Mijn kinderen keken hun ogen uit! Dat deden ze ook afgelopen jaar in ons eigen Scheepvaartmuseum waar je o.a. op virtuele wijze de denkbeeldige reis van een zeecontainer kunt afleggen. Fascinerend.

De logistieke keten is dus overal. En altijd. Een eigen museum? Toch maar niet doen dan!

Casper Jansen

Man in een museum

Gerelateerde blogs

Bekijk alle blogs