Jaar van het Varken? Het is toch het Jaar van de Draak? Door dat geruzie over de invoer van Chinese elektrische auto’s verkeerde ik bijna in een fout jaar. Oorzaak: ‘Brussel’. Daar vinden ze Chinese stekkerauto’s te goedkoop voor de Europese consument. Oneerlijke concurrentie door staatssteun. Ongelijk speelveld waarop de Franse en Duitse autofabrikanten maar moeilijk uit de voeten kunnen. Dus krijgen de Chinezen een extra importheffing voor hun kiezen.
Er gold al een tariefmuur van 10 procent op elektrische auto’s. Maar die horde namen de Chinezen met het gemak van een Femke Bol. Het ontmoedigende karakter van de aanvullende heffing is echter zo heftig dat ze in Peking een handelsoorlog zien opdoemen. Verbolgen als ze zijn doen ze een beroep op de Wereld Handels Organisatie om de EU-autoheffing te blokkeren. De invloed van de WTO bij internationale handelsgeschillen is echter niet bijster groot. Daarom kiest China, bij wijze van inleidende schermutseling, ervoor om de import van Europees varkensvlees aan banden leggen.
Begreep niet zo gauw wat dit gekibbel en beknibbel met speklapjes van doen had? Zag het verband niet. Het moet de wervelziekte zijn die dat bij mij veroorzaakte: dat mijn fantasie in de overdrive ging. Stonden de Chinezen soms op het punt een serie superconcurrerende E-auto’s te lanceren, geïnspireerd op het varken? Dat meende ik te kunnen opmaken uit dat geinige snuitjeslogo. Stekkertje! Lachen met die Chinezen. Maar dat lachen zou ons gauw vergaan. Tijdens de International Amsterdam Motor Show, het grootste Car Event van Nederland, stond daar een indrukwekkende serie voertuigen te glanzen en te pronken. De gezellige gezinswagen ‘de Zeug’. Een stoere SUV ‘de Beer’, het zuinige stadsautootje ‘de Big’ en, super trendy, een Foodtruck ‘het Everzwijn’. De afhaalchinees heruitgevonden.
De Chinezen vinden dat er sprake is van importbelemmering op basis van oneigenlijke argumenten. Van het genre: ‘de pot verwijt de ketel’. Zij wijzen op de enorme subsidies voor de agrarische sector in Europa. Voordeeltjes die het de varkensboeren in Nederland, Spanje, Frankrijk en Denemarken mogelijk maken om sommige varkensvleesproducten voor prettige prijzen aan de Chinese consument te kunnen slijten. Een onbalans waarover de Communistische Partij zoveel klachten van varkenshouders uit eigen land had ontvangen dat op het hoogste niveau werd gevonden dat er aan die misstand nodig iets moest worden gedaan. Zo luidt het verweer Dumping versus dumping. Dupe contra dupe. Geopolitiek ‘zwijntje tikken’. Wat eigenlijk net zo uit die tijd is al die rare ‘traditie’ waarbij iemand geblinddoekt probeert in een modderpoel een, angstig gillende rondrennende big aan te tikken. Hoogste tijd voor krulstaartdiplomatie.
De Nederlandse varkensboeren blijven wijselijk weg van wat een anticarnivoor complot. Zij geloven niet dat er ergens in de Brusselse of Straatburger burelen heimelijk regelgeving in de maak is waardoor vegetariërs straks korting krijgen op de aanschaf van E-auto’s. Varkensboeren vinden het verband tussen elektrisch rijden en varkenshaasjes sowieso ongerijmd. Daar hebben ze geen complottheorie voor nodig. Van rij- en eetgewoonten dient geen beleidsmatige hutspot te worden gemaakt.
Deze principiële culinaire positie kan overigens niet geheel en al los worden gezien van de specifieke voorkeuren van de Chinese klanten voor delen van het varken die bij ons minder in trek zijn. Weliswaar schijnen gestoofde varkensoren te behoren tot een vergeten ingrediënt in de oudhollandse stoofpot – nog steeds verkrijgbaar, per twee, vacuüm verpakt – maar het zijn toch de Chinezen die het ‘zachte van buiten en knapperige van binnen’ als een lekkernij appreciëren. De massale export van varkensoren naar China zou trouwens best wel eens de verklaring kunnen zijn waarom die flappers ontbreken op de menukaarten van in Nederland gevestigde Chinese restaurants. Zoiets als je oren naar de markt laten hangen.
Behalve de oren genieten ze in China ook van pens en van de klauwtjes en worden varkenssnuitje als delicatesse beschouwd. Kortom, in China gaan ze voor de hele kop. Een voorkeur die ons eens temeer doet beseffen hoe cultureel bepaald het is wat we eten en drinken. Én lekker vinden. Wat voor de een slachtafval is, doet bij de ander het water in de mond lopen. De uitbaters van die Foodtrucks in Nederland die het desalniettemin zonde vinden om dat zogenaamde slachtafval niet te gebruiken, raad ik aan om geen snuitjes in gelei te serveren maar die te verdoezelen in een krokante snack of in een onvervalste vaderlandse balkenbrij.
Begrijpelijk dat de varkenssector verlangend uitkijkt naar ‘Het Jaar van het Varken’. Omdat dan, volgens de horoscoop, ‘tolerantie, begrip, waarheidsgetrouwheid en gezelligheid’ ons universum zullen regeren. Varkens zijn hulpvaardig, empathisch, nieuwsgierig en intelligent. Je zou wensen dat alle mensen zo waren. Waar varkens niet goed in zijn, is: wachten. Ze willen iets nu, meteen. Zelfbeheersing is niet hun sterkste punt. Niets menselijks is het varken vreemd.
Helaas, het eerstvolgende ‘Jaar van het Varken’ is pas in 2031. Maar waarom zolang gewacht om de invloed van zoveel positief sentimenten toe te laten bij ons actuele doen en laten. Beter, laten we op zoek gaan naar het ‘varkentje’ in onszelf. Voor het tentoonspreiden van zoveel ongeduld hoeft niemand zijn neus op te halen.
Casper Jansen
Photo by Forest Simon on Unsplash