We schrijven 1936. In de Katholieke Illustratie, maandblad uit de tijd van het Rijke Roomse Leven, wordt door Mr. E. Rusman aandacht besteed aan de Zeelandlijn. De Zeelandlijn van de KLM bestaat dan vijf jaar, een jubileum dat, volgens de schrijver zeker niet onopgemerkt voorbij mag gaan aangezien de Zeelandlijn ‘spot met alle wetten die op luchtvaartgebied bestaan’.
Het succes van ‘deze kortste luchtverbinding der aarde’ dankt de KLM, volgens de schrijver, aan de geïsoleerde ligging van Zeeland. ‘Wanneer men bijvoorbeeld van Haamstede op Schouwen naar Rotterdam wil reizen, is men ruim vijf uur kwijt. De KLM brengt u er in 20 minuten’. De verslaggever voegt er nog een opmerkelijke observatie aan toe. ‘Daarbij is de reis per KLM niet belangrijk duurder dan die per tram en boot’. Ook het verdere inkijkje in het Zeeuwse OV in heet algemeen en het traject: Haamstede – Vlissingen is buitengewoon interessant. Om niet te zeggen: onthutsend. ‘Wil men Vlissingen op de oude wijze bereiken dan moet men eerst met de tram naar Zierikzee (vijf kwartier), wandelen naar de boot, met de boot ruim een uur varen naar Katscheveer en vandaaruit een bus nemen naar Middelburg (drie kwartier). Om vandaar per tram Vlissingen te bereiken’. Ja, met zo’n concurrentiepositie was het smullen, voor de KLM.
De regionale luchthaven kon worden gerealiseerd op een primitief militair vliegterrein waar de KLM (1922) eens een noodlanding had gemaakt. Die mogelijkheid kwam, in de meest letterlijke zin, dus niet uit de lucht vallen. Twee jaar eerder werden bij de KLM al plannen gesmeed om van Walcheren naar Rotterdam en Amsterdam te vliegen. Om zo de levensvatbaarheid van binnenlandse vluchten te testen. Zoals te doen gebruikelijk in ons land – Zeeland vormde hierop geen uitzondering – vloeide er heel wat water door de Schelde en moesten er talloze hobbels worden geslecht alvorens de eerste vlucht van het traject Haamstede – Rotterdam kon worden gerealiseerd. In 1932 volgde de doortrekking naar Walcheren en in 1933 was Knocke – Le Zoute aan de beurt. Weer een jaar later werd er een dubbeldaagse dienst (+ rondvluchten) op de hele lijn uitgevoerd. De populariteit was groot. Met 9961 passagiers en ruim tienduizend kilo bagage.
Het kan zijn dat die roemruchte transportgeschiedenis was weggezakt toen de Zeeuwse bestuurders opteerden voor de komst van de mariniers. Wellicht hadden vertegenwoordigers van het luchtwapen meer zin gehad in het voortzetten van een notoir brokje Zeeuwse historie. Maar door het uitvallen van de trein in Zeeland – het Rijk heeft besloten vanaf 1929 het spoor te stremmen om een spoorbeveiligingssysteem uit te proberen – vallen de Zeeuwen, qua bereikbaarheid, bijkans terug tot de jaren dertig. Tijd voor een vlucht naar voren.
De, vaak verguisde, Cityhopper zou gedurende dat proefjaar niet alleen acuut soelaas kunnen bieden. Met meer elan dan de bus, sowieso. Het zou ook de aandacht kunnen vestigen op een compenserend alternatief voor vakantievluchten waarnaar de KLM zo amechtig op zoek is. Nadeel blijft dat reizen naar Zeeland in de ogen van velen ‘een mijl op zeven is’. In hoeverre dat bij Lelystad, ergens in de polder, veel anders wordt gevoeld, durf ik niet te zeggen. Voordeel van de Zeeuwse ligging zou kunnen zijn dat een aantal reizigers zal zeggen ‘Als ik voor mijn vertrek naar een ver vakantieoord eerst helemaal naar Zeeland moet, kan ik net zo goed een strandvakantie dáár boeken.’
Niet het businessmodel dat de KLM bijna een eeuw geleden – toen de Zeeland-lijn werd geopend – voor ogen stond. Maar de Zeeuwen zullen tegenwerpen ‘overal wordt wel eens geworsteld met dit of dat, wij Zeeuwen doen niet anders maar wij willen ook wel eens een keertje als eerste bovenkomen’.
Casper Jansen
Photo by Miguel Ángel Sanz on Unsplash