Waard om te weten

‘Ik zou wel eens willen weten. Waarom zijn de zeeën zo diep. Misschien tot geluk van de vissen die het water zo slecht kunnen missen…’ Jules de Corte zingt het zo mooi. Zichzelf op de piano begeleidend met weemoedig kabbelende Schubertakkoorden. We schrijven de late jaren vijftig. Het antwoord kreeg hij van cabaretier Frans Halsema. Een parodie weliswaar maar toch eentje die er mocht wezen. Begeleid door diezelfde melodie zingt hij parlando ‘…van ‘t water dat eerst ijs was maar later, verwarmt door de zon van de berg naar beneden liep als water, daarom zijn de zeeën…’.

Dat zou je – achteraf – best een voortuitziende blik kunnen noemen. Maar dat het vergaarde water zovéél smeltwater in zo’n korte tijd zou opleveren dat de dijken versneld omhoog moeten, daaraan dacht niemand, zestig jaar geleden. De watersnoodramp was net achter de rug en met de Neeltje Jans zouden we die wild wassend waterwolf vorstelijk gaan managen.

De Noordzee vertoonde in de loop der eeuwen vaker kuren. Met de Sint Elisabethvloed als bekendste. Maar de Sint Luciavloed, ervoor, en de Sint Felixvloed, erna, brachten eveneens grote rampspoed. Heilige namen, duivelse aantallen doden. Inmiddels geeft de Noordzee ons nieuwe kopzorgen. Tuk op gratis wind wil een club van negen landen dat zeetje opdelen in diverse windparken. Windturbines bij de vleet. Meer dan duizend van die dingen om circa 85 procent van de Europese behoefte aan windenergie te dekken.

Sinds fossiele brandstof een klimaatonvriendelijk imago is gaan aankleven, heeft zeestroom de wind mee. Logisch dat de klassieke olieconcerns staan te trappelen om de winstgevendheid van windwatts uit wind en waai te faciliteren. ‘Groene’ waterstof is de nieuwe olie. ‘Zo de wind waait, waait m’n jasje!’ En zo is het ook. Toch is het niet alleen opportunisme. Olieboeren en gasgaarders hebben ervaring met offshore activiteiten. Staan hun boortorens en installaties nog op min of meer slanke pootjes, de sokkels waarop windturbines staan, zijn gigantische betonblokken. Volgens de Wet van Archimedes dragen die flink bij aan de zeespiegelstijging. Hoewel, geplaatst in een optimistisch verkleinend oceanisch perspectief, toch ook weer niet meer dan een millimetertje of zo.

Tot meerdere Glorie van de Groene Revolutie is het onder de golven al een tijdje onrustig. Kabels, pijpleidingen, snoeren en slangen. En die marine infrastructuur raakt door het lenigen van onze onverzadigbare behoefte aan energie – ditmaal uit wind – nog meer verknoopt. Weliswaar schuilen daar geen adders onder het zeegras noch struikelen er beren op de weg maar tjokvol is het er wel. Denk dat de spiegelkarper en grenadiervis hun habitat van weleer niet meer zouden herkennen. En of de Hollandse Nieuwen er graag zouden samenscholen, weet ik zo net nog niet. Wel veilig want windparken zijn verboden voor vissers. En voor kabeldoorknippers en saboterende buizenblazers neem ik zomaar aan.

Dat er in die windparken niet langer commercieel kan worden gevaren, begrijp ik wel. Wind wil wijdte. Net zo goed boven water als eronder. Wat – heel paradoxaal – de vraag oproept hoe die loze ruimte tussen die honderden sokkels nuttig kan worden verdicht. Slimmerds hebben reeds een visje uitgegooid voor drijvende eilandjes met zonnecollectoren. In de geest van Jules de Corte zou men zich evenwel kunnen afvragen of door de komst van die ‘zonnebloemen op zee’ het zonlicht eronder niet te veel zal worde gedimd waardoor ‘het geluk van de vissen’ zienderogen zal afnemen.

Voor filosofische bespiegelingen over van wie de zee eigenlijk is, gunt niemand zich nog de tijd. Het tempo waarin de klimaatverandering zich voltrekt, verdraagt nog nauwelijks reflectie op ons handelen. Geen tijd! We moeten door! De gedachte dat de zee misschien van de vissen is, wordt een paskwil. Al moet ik er volledigheidshalve aan toevoegen dat de visserijsector reeds sinds jaar en dag demonstreert – in de Noordzee misschien wel op z’n vis-onvriendelijkst – dat die eigendomskwestie nooit een issue is geweest. De vraag van wie vissen eigenlijk zijn, krijgt er zelfs iets overbodigs door. Niet van zichzelf, zo peperen de lekkerbekjes, vissticks en garnalencocktails ons in. Trouwens, dé vis, bestaat die eigenlijk wel? Alles met kieuwen en vinnen? Wezens die je kan eten mits zonder graten? En nijlpaarden dan? Ingewikkeld. Dan vissen maar gewoon zeevruchten noemen. Vrij om te zaaien en te oogsten. Sluit ook beter aan bij de omschrijving van de verspreid liggende windparken als natte industrieterreinen. En dat biedt dan weer kansen voor iets ‘eigengemaakte’ vissigs.

Gekweekte Zeeuwse oesters en Chileense mosselen, maar ook de Filipijnse tapijtschelp, en Japanse mantelschelp niet te vergeten, zijn vriendelijk voor het klimaat en vaak voedzamer dan eetbare landbeesten. Ook de zalm, garnaal en tilapia mogen er wezen qua hoge voedingswaarde. Terwijl ze ook nog ‘s minder broeikasgassen uitstoten. Al of niet geserveerd met zilte groenten en vergezeld van een algendrankje met een jodiumrijk bouquet.

Dat de aquacultuur voor deze specialiteiten producten zich tussen de windmolens een plek zal veroveren, lijkt me een kwestie van tijd. En zal worden vertaald in de opkomst van ‘schelpenrestaurants’. Er is behoefte aan een ‘groene’ smikkeltrend want op de kibbeling zijn we zo langzamerhand wel uitgekeken. De dure spijsolie van tegenwoordig zou wel ’s de nekslag kunnen betekenen voor die mopjes krokant gefrituurde koolvis. Ik voorspel dat de kibbeling straks nog slechts verorberd kan worden tijdens lunchpauzes, als een schuldig pleziertje, achter verdekt opgehangen zeilen van marktkramen.

Of bovenstaande de gemiddelde Supply Chain Manager een zorg zou kunnen óf moeten zijn, is eigenlijk geen vakinhoudelijke kwestie. Wat niet wegneemt dat er wel degelijk een verband bestaat met wat er op de Noordzee aan het gebeuren is. Denk maar aan de nieuwe vaarroutes die erdoor ontstaan. En andere vaarroutes beïnvloeden direct of indirect de bevoorrading. Qua schakels, ketens en tijd. Daarom is het goed tijdig uit te vinden wat de samenhang is tussen de ‘nieuwe wind’ over de Noordzee, het omgooien van het logistieke roer en het geluk van de vissen.

Dat zou ik wel eens willen weten.

Casper Jansen

 

Photo by Irfan Alijagic on Unsplash

Gerelateerde blogs

Bekijk alle blogs