Pas op! Breekbaar! Wie wat dan ook vanuit ons land naar ergens anders in de wereld wil versturen, en zeker wil weten dat het niet in meer onderdelen aankomt dan er zijn ingepakt, kan het best eerst een ommetje maken naar Borculo. Daar verpakt een anderhalve eeuw oude onderneming alles wat los en vast zit. Voor transport te land, ter zee en door de lucht. In Gelderland kan iedereen terecht voor de enige juiste verpakking. Maakt niet uit, hoe groot, klein of speciaal. Maatwerk. In vat, kist of krat. Karton of hout. Niet alleen aan de buitenkant. Ook aan binnenin wordt gedacht. Zacht of hard, stootbestendig, vochtvrij. Komt goed. Pamperverpakking.
Een successtory over een Nederlandse bedrijf. Kunnen wij, supply chain enthousiastelingen, daar trots op zijn? Trots lijkt me niet het goede woord. Wel blij, met zo’n aansprekend voorbeeld van innovatieve maakindustrie in eigen land. Trots kan je zijn op wat je zelf hebt gepresteerd. Door eigen toedoen. Zoals dat ‘koninklijke’ familiebedrijf. Onderscheiden met een prestigieus predicaat, verwijzend naar uitmuntendheid, toonaangevende bedrijfsvoering en een vlekkeloze reputatie.
Niet per se ‘hofleverancier’. Dat is weer een andere distinctie. Al acht ik het bepaald niet uitgesloten dat het koninklijk paar, ter gelegenheid van hun aanstaande staatsbezoek, hun geschenk aan het staatshoofd hebben laten verpakken in de Achterhoek. Zekerheidshalve. Want die goudgerande Delfts Blauwe Tulpenvaas – of met welke nationale surprise dan ook waarmee Willem-Alexander en Maxima hun gastheer hopen te verrassen – moet uiteraard blinkend en blakend uit de cadeauverpakking tevoorschijn komen.
Moest bij de werkwijze van de emballagespecialisten aan de oever van de Berkel denken aan een van de vele orakels van Johan Cruyff. ‘Je moet denken voordat je de bal krijgt’. Een mentale instelling die niet alleen hard nodig om adequaat in te spelen op de vele afwijkende douanevoorschriften die landen overal in de wereld hanteren. Zelfs binnen Europa. Ook daar moet hetzelfde telkens weer anders.
Zodoende kan de export niet zonder ‘geïndividualiseerde’ hightechaanpak bij de verzending. Verpakkingsmateriaal dat bij de douane te Boekarest op een opgestoken duimpje mag rekenen, kan voor hetzelfde geld in Bologna pruillippen ten deel vallen terwijl ze in Boedapest weer heel andere eisen stellen. Dat ze in Borculo hun hand niet omdraaien voor die verschillen, komt omdat ze alles hebben geautomatiseerd. Alles, om te voorkomen dat de verzender niet wordt gedupeerd door bureaucratisch gedoe. Voor een bedrijf dat de ketenweerbaarheid zo, tot in de perfectie, beheerst, een terechte grond om trots op te zijn. Voor de Europese Unie daarentegen een reden om je kapot te schamen.
Niet voor niets dat de Europese rekenkamer in een recent rapport de EU de mantel uitveegt vanwege de achterblijvende groei van grensoverschrijdende dienstverlening. De financiële waakhond wijst erop dat de dienstensector – waaronder de logistiek – goed is voor bijna driekwart van de Europese economie. Maar dat minder dan een kwart ervan grensoverschrijdend is. Die belemmering van circa 5.700 diensten is de schuld van Brussel. Daar hebben ze het laten afweten wat het slechten van belemmerende barrages betreft waar bedrijven regelmatig op stuk lopen wanneer ze ‘op het eigen continent’ zaken willen doen. De interne markt functioneert in velerlei opzichten nog als een soort buitenland. En dat terwijl een gewone, ter zakenkundige, horizontale strategie al een extra groei belooft van 2,5 % van het Europese bruto binnenlandse product. Daar hoef je – in continentaal perspectief – dus nauwelijks de deur voor uit.
In het kader van die zoveelste wake-up call om administratieve obstakels zoals nationale vergunningen en verplichte registraties van de lidstaten afzonderlijk, is het pure wijsheid om procedures eindelijk ‘s beter op elkaar af te stemmen. Of nog beter: volledig te integreren. Goed plan. Maar wat er dan gebeurt, is dat de Europese Commissie overijverig het zoveelste – top down – initiatief gaat opstellen. Voorzien van alle bureaucratische toeters en bellen. Zoals financiële stimulansen en voorwaarden om de regelbrij minder stroperig te maken. Maar als die gericht blijven op specifieke nationale oogmerken en er niet wordt gemikt op een algemene hervormingsplicht zullen de veranderingen blijven steken in goede bedoelingen.
Er is ook een andere manier om Europa ‘platter’ te plaveien. Uitgaande van bestaande ideeën, geboren op de werkvloer van de maakindustrie, volwassen geworden door initiatieven van onderop. Uitmondend in een ware ‘koninklijke’ praktijk. Wat Brusselse beleidsmakers moeten doen, is te rade gaan bij Koninklijke Meilink. Daar weten ze dat elke verpakking uniek is. Maar ook dat zodra er generieke regelgeving binnen de EU ontstaat dat dan die uniciteit ‘gewoon’ tot standaard kan worden verheven. Een logistieke paradox om U tegen te zeggen.
Wat ik voor me zie, is een rapport uit Borculo – dat natuurlijk ligt in Europa én in de Europese Unie – met alledaagse aanbevelingen over hoe om te gaan met de uniciteit van Pan-Europese verpakkingen. Een rapport dat – letterlijk – de grenzen opzoekt. Niet te dik, nee juistheel subtiel verpakt. Oranje op snee en met de Kroon in het logo, fier boven de titel: Wat maak je me nou!
Casper Jansen