Voor wie baat heeft bij optimale logistiek – en wie heeft dat niet – kan geldtekort niet écht een verrassing zijn geweest. De Nederlandse infrastructuur piept en kracht. Alle transportmodaliteiten hebben er last van. Bruggen, sluisdeuren, viaducten, tunnels, spooronderhoud. Stuk voor stuk nijpers. Dagelijkse dikke pech. Een file van probleemdossiers, onopgelost vanwege een anorectische beurs.
Zo is het tekort van het Mobiliteitsfonds en Deltafonds tezamen tot 2039 becijferd op tachtig miljard euro. De vrije ruimte om hier en daar acute nood te lenigen, is er niet echt. De budgetten zijn volledig opgesoupeerd. Voor de vervoerswaarde van de Lelylijn wil dat zeggen dat die ergens tussen 2038 en 2050 operationeel kan zijn. De maan zal eerder bewoond zijn. Zo krijgt niets in het noorden tractie. De Sint Juttemis Express.
Haast gewoontegetrouw reageerde het Noorden niet gebelgd op de alleszins brute beleidsvervreemding. Eerder braaf. Wat ze onder, bezijden en boven Groningen graag kwalificeren als ‘nuchter’. Probleem is dat wie zó prat gaat op z’n koelbloedigheid, vroeg of laat thuiskomt van een koude kermis.
‘Weet je wat hun makke is. Ze doen daar net alsof ze nog steeds een polsstok nodig hebben om van het platteland naar de grote stad te komen’ hoorde ik iemand laatst oordelen. ‘Met die flegmatiek, met dat naar binnen gekeerde, moet ’t nou maar ’s afgelopen zijn. Wat ze nodig hebben is juist die eigenzinnige opgewondenheid om verder te springen dan de polsstok lang is’.
‘Hier in Noord-Nederland hebben we soms iets weg van beginnende zangers. We kijken, vanuit het perspectief van de ander, naar onszelf. We spiegelen ons aan de taal en de klanken van het dichtbevolkte westen’ aldus een populaire zanger van het Grönninger lied. Niet meer doen, Friezen, Groningers, Drenten! Laat de Witte Wieven rondwaren boven keileem en moerige gronden. Bommen Berent sloop ook weg met de staart tussen de benen. Wist ook niet hoe hij het had met die Groningers. En de geest van Grutte Pier, bevrijd die eindelijk, laat die los uit de fles. Zet de wissel om. Stavast!
Noord-Nederland is een ijle regio. Het almaar krimpende voorzieningenaanbod doet mensen besluiten hun geluk zuidelijker te zoeken. In een overvolle Randstand of het uitpuilende Brainport Eindhoven. Niet met de trein want dat is een mijl op zeven. Terwijl – hoe tegenstrijdig dat ook mag klinken – juist een goede treinverbinding reden zou zijn om te blijven. Paradox van de Noorderslag. In beleidstermen: wat Noord-Nederland nodig heeft, is ‘agglomeratiekracht. Ingebed door een luwe periferie waardoor stad en ommeland aantrekkelijkheidswinst boeken die onweerstaanbaar is voor wie de natuur van Drenthe, de cultuur van Friesland en de kennis van Groningen binnen bereik wil hebben’. Toegegeven: gladde makerlaarstaal. Maar niet per se onwaar. Het is gewoon goed toeven, daar.
Helaas. In plaats van zich te focussen op alle andere aspecten – economisch, maatschappelijk, sociaal – die pleiten voor een sneltreinverbinding met minimaal het hart van Nederland, zwommen de noordelingen vrijelijk in de arglistig opgezette politiek-financiële fuik. De provincies lieten zich als een paling ‘bij de keel’ nemen door te denken dat het louter een geldkwestie is. Eenmaal goed en wel in dat frame opgesloten, werd de voormalige directeur van de Nederlandse Bank ingehuurd om mee te denken. Maar wie voor een pecuniaprobleem een financiële expert – met een smetteloze reputatie, daar niet van – vraagt om mee te deken, krijgt geheid een financiële oplossing aangereikt. Sparen is het advies. Wat toch niet echt een dragende motivering kan worden genoemd. Kan het kariger?
Typisch zuinig Zeeuws. In Zeeland wilden ze een tunnel om de economie provinciaal nationaal en internationaal een push te geven. Na lang leuren in Den Haag om een beetje solidariteit kwam die er. Op voorwaarde dat wie onder de Schelde door wilde, wél tol moest betalen. ‘Een bolus van eigen deeg’ heet dat sindsdien, op z’n Zeeuws.
Casper Jansen (wurdt ferfolge)