Billen knijpen om een Yellow Submarine

Een beginnetje. Zo leek ’t me. De bestelling voor vier fregatten die op Nederlandse werven worden gebouwd. Nu nog de bestelling voor die vier duikboten erachteraan en hoezee, op de wereldzeeën telt onze marinebouw weer mee. Maar gaat het ook gebeuren?

Naar de miljardenorder dingen drie botenbouwers mee. Fransen, Duitsers en een Zweeds-Nederlandse combinatie. Begreep dat er ook bij de andere twee wel enige industriële inbreng van Nederlandse zijde zal zijn. Al laat ik me vertellen dat je het bij die Fransen nooit weet; beloven vaak veel van tevoren maar zijn die toezeggingen na afloop weer even zo glad vergeten. NAVO-partners, dat wel. En van het feit dat samenwerking tussen Nederlandse en Duitse bedrijven ook niet altijd van een leien dakje gaat zijn er ook genoeg voorbeelden. Vraag maar ’s na in IJmuiden bijvoorbeeld.

Het liefst bouwen we daarom onze eigen marineschepen op onze eigen werven. Al was het maar omdat met de onderzeeboottechnologie van de Zweden en de Nederlanders de stilste boot ever in de vaart zal worden gebracht. Probleem is echter dat toen bleek dat onze regering deze megaorder rechtstreeks aan de eigen defensiebedrijven wilde gunnen, de admiralen dat niet wilden. Zij hadden liever een bredere keus: de beste boot voor de beste prijs moest het worden.

Met als gevolg dat het plannetje om de Nederlandse deelname aan ontwikkeling, bouw en instandhouding expliciet op te nemen in de vergunningsvoorwaarden op de helling werd gezet. Zo raakten Franse en Duitse werven in ons vaarwater. Niet erg handig van de krijgsmacht. Waarom zou ‘gewoon goed’ ook niet ‘gewoon een goede prijs’ kunnen opleveren? Binnenkort valt de beslissing. Een decisie die nog alle kanten op kan. Ook zuidwaarts naar de Franse of oostwaarts naar de Duitse. Billen knijpen dus!

Het kan snel gaan. Jaren gingen voorbij zonder dat ik er erg in had dat vier onderzeeërs voor mijn veiligheid zorgden. Nu meen ik begrepen te hebben dat dit ook min of meer de bedoeling is van duikboten, dat je ze niet ziet en niet opmerkt. Heel functioneel dus dat ze aan de aandacht zijn ontsnapt. De onderzeeërs in kwestie behoren tot de Walrusklasse, zijn sinds 1990 in de vaart en hebben een levensduur van vijfentwintig jaar. Voorbij de houdbaarheidsdatum. Gaan die dingen niet een keer lekken of zo? Vermoed dat de zeehondencrèche in Pieterburen ze niet meer zou opnemen. Laat dat dan maar de stok achter de deur zijn want voor hun opvolgers een eerste proefduik nemen zijn we tien jaar verder. Een serieuze oorlog kan dus niet eerder dan in het volgende decennium worden gevoerd. Een geruststellende gedachte.

Tijden veranderen. Nog niet zo heel lang geleden was het bon ton om geen aandelen te hebben in bedrijven die dingen maakten waarmee mensen konden worden gedood. Nu moet de Europese defensie paraat zijn om de eigen burgers te beschermen, vinden ze in Brussel. En lijkt het erop dat al die pacifistische aandeelhouders plots dief zijn geworden van hun eigen portemonnee. Het kan verkeren.

Wij, ontwerpers van internationale ketens, hebben niets te winnen bij oorlog en al het lawaai eromheen. Wel in bij het managen van een victorieuze Supply Chain. Sinds er tegenwoordig eigenlijk altijd sprake is van ‘asymmetrische conflicten waardoor de tegenstander van omvang verschilt, uit alle richtingen kan komen en onvoorspelbaarheid groot is’, is de noodzaak nog klemmender geworden om bevoorradingsketens tot in de perfectie te besturen en beheersen. Een proces dat mijlen verder reikt dan het slagveld. Reactiesnelheid daar draait het bij moderne legers om. Het vermogen om situaties de baas te zijn voordat ze zich daadwerkelijk voordoen. Oftewel: vraagvoorspelbaarheid.

Ook bij onderzeeboten start de logistiek al bij de inkoop en eindigt het ver voorbij de uniformen en de magazijnen, ergens in de regionen van permanent onderhoud en het voortdurend actualiseren van trainingen. Een keten met talloze schakels, veel lenigheid en wendbaarheid en van een ultra-gevarieerd kunnen.

Weet niet of duikboten eigen namen hebben. Militairen willen graag rationeel overkomen. En zoiets doe je dan met cijfers, vinden ze. Maar om vrede te bereiken moet je vooral de macht van de verbeelding niet uitvlakken. Om kleur te geven aan al dat onderwatergedoe en tevens uit te stralen dat de mooiste overwinningen worden behaald in oorlogen die niet worden gevochten, stel ik voor de nieuwe klasse: Yellow Submarine 1,2, 3 en 4 te dopen. Want in zo’n gele onderzeeboot is het goed toeven, voor iedereen, zo leert het beroemde lied van één van mijn favoriete bands. ‘Sky of blue and sea of green’.

Casper Jansen

Photo by Sung Jin Cho on Unsplash

Gerelateerde blogs

Bekijk alle blogs