Hoe filosofisch is een container?

– vervolg –

‘Reguleer wat nodig is om de markt in evenwicht te houden’. Dit advies van de Minister van Economische Zaken verraste me lichtjes. Nogal neoliberaal, als je het mij vraagt. Nu zijn wij, van de logistieke ketens, niet de eerste aangewezenen om de balans tussen ‘meer markt en minder overheid’. Supply Chain Managers zijn er voor de continuïteit. Met deze activiteit slagen we er steeds weer opnieuw in om nieuwe schakels aaneen te rijgen tot ketens die werken in alle mogelijke omstandigheden.

Die omstandigheden mogen in veel opzichten anders zijn, het doel blijft gelijk: bevoorrading veiligstellen tegen laagst mogelijk – maatschappelijke en € – kosten. Dat onze inspanningen er vaak uit zien als duizelingwekkende oefeningen op een evenwichtsbalk, is weliswaar terecht maar niet het doel waarnaar wij streven. ‘Het is topsport maar dan zonder Olympische ringen’ heb ik het wel eens horen noemen. Mijns inziens te beperkt. Het is turnen, BMX-en en zwemmen ineen. Een discipline die zelfs in de verhitte breinen van sportsponsors nog niet is opgekomen. Waarvan acte! Wij, van de ketenorganisatie, stellen ons tevreden met het slim inrichten van al die logistieke trajecten: van douchekoppen tot bitterballen, van gekoelde coronavaccins tot diepvriesspinazie, van exotische aroma’s tot gecertificeerde mondkapjes, en alles wat er tussendoor fietst. En dat is heel wat.

Het gevaar van druk, druk en druk te zijn met alles in de juiste kannen en kruiken te gieten, is evenwel dat we een andere boodschap dan die van de minister, dreigen te vergeten. En dat is het ontwikkelen van een professionele visie op de onvoltooid toekomende tijd. In de afgelopen financiële crisis- en coronajaren klonken er geluiden die juist pleitten voor minder focus op markt en meer aandacht voor welzijn en welbevinden. Hoe die veranderende mores eruit zou kunnen zien, werd dagelijks om ons heen – vaak ook door onszelf – gedemonstreerd. Minder zakenreisjes versus meer online confereren. Minder auto versus meer thuiswerk. Minder dode dieren eten versus meer groenten-smoothies.

Er blijven er altijd die nog meer van dit of juist minder van dat willen. Op de keper beschouwd levert dat voor onze beroepsgroep geen problemen op. Ook minder leveranties verdienen optimale aandacht. Al komen die, door de geopolitiek, soms van verder weg. Die fluctuaties in de vervoersstromen betekenen slecht nieuws voor de minderaars. En ze hebben in zoverre gelijk dat wat’ je van ver haalt’ niet per se lekkerder is en zelfs bitter kan smaken als oorlog de oorzaak is.

Dat de minderaars het nog moeilijker krijgen, valt ook op te maken uit een nieuw discours over de controverse tussen het wel en het wee van het consumentenminimalisme. Want wat als die wens om te reduceren vooral de luxepositie van een bevoorrechte klasse verraadt? En wat als hun ‘minderen’ ten koste gaat van heel veel minder bevoorrechte planeetbewoners wier bestaansminimum door het inzakken van de vraag een enorme optater krijgt? Waardoor zij, door het idiosyncratische toedoen van de welvarende klasse, geen brood kunnen kopen, hun kinderen niet naar school kunnen sturen, er geen menswaardige toekomst meer is
Wie deze vergezichten echter wat al te ‘meta’ vindt en meent dat wij, van SCEX, voor andere dingen worden ingehuurd dan onze visies op mens en samenleving, heeft ten principale gelijk. Aan een 40-voet container valt niets filosofisch te ontdekken. En al hebben we inmiddels allemaal begrepen dat een gasleiding veel meer kan zijn dan aaneengeschakelde buizen met verdeelstations, neemt dat niet weg dat verantwoord en toekomstgericht ketenmanagement primaire gebaat bij visies die zich beperken tot de komende twee decennia. Een enigszins behapbare horizon waardoor we onszelf dwingen na te denken over de veranderingen in de wereld en de problemen die zij te weeg brengen. Problemen – de meeste managers noemen het liever uitdagingen – waarvan soms nog onvoldoende wordt beseft dat die ook heel erg logistiek zijn.

Je hoeft geen goeroe te zijn om te snappen wat het betekent als de Verenigde Staten vinden dat het produceren in de US weer ‘Made in America’ moet worden. Dezelfde geluiden horen we in Europa dat digitale soevereiniteit nastreeft en meer economische EU-netwerken wil bevorderen, voor halfgeleiders bijvoorbeeld. Het Westerse streven naar grotere onafhankelijkheid van China zal vertrouwde structuren doorbreken waardoor goederenstromen zullen worden verlegd. Importlanden worden exportlanden, en andersom. Diversificatie en dualiteit – tijdenlang geassocieerd met het inrichten van omnichannel distributiekanalen – krijgen een mondiale dimensie. Geen extensie omdat – heel paradoxaal – de clustering van superregio’s (Europese Unie) juist middelpuntzoekende krachten bij het logistieke proces zal oproepen.

Veranderingen in de markt waren altijd al ‘het nieuwe constante’. Nu zijn het de markten zelf die veranderen. Onze uitdaging is dus niet zozeer om een, met subsidies, herstelgeld en fiscale kunstgrepen niet werkelijk bestaande of functionerende, markt in evenwicht te houden. Nee, het gaat erom crisis-checklijsten op te stellen die het ons mogelijk maken om tussen ‘structuren van ongewisheid’ te laveren, aan de hand van noodremscenario’s en – zo lang nog voorradig – een emmer met arctisch of antarctisch ijs om het hoofd koel te houden.

Casper Jansen

 

Photo by Victoire Joncheray on Unsplash

Gerelateerde blogs

Bekijk alle blogs