Wat weet u van Jemen? (5)

Bij bioscoopbezoekers die gewend zijn hun kennis van de geschiedenis via het witte doek bij te spijkeren, zou allicht de indruk kunnen zijn ontstaan dat de bakermat van de piraterij op een of ander Caribische eiland stond. Columbus had er als eerste Europeaan het anker had uitgegooid; abusievelijk in de veronderstelling verkerend dat hij in India was. Aangezien de hele overtocht van de vier scheepjes, onder bevel van de ontdekkingsreiziger uit Genua, werd bekostigd door het Spaanse koningspaar, Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon, werd vervolgens bijkans heel Zuid-Amerika toegevoegd aan het Spaanse koninkrijk waar sindsdien ‘de zon nooit onderging’. Honderd jaar na Columbus en in zijn kielzog de conquistadores waren in dat enorme wingewest niet alleen Spanjaarden actief maar ook Engelsen, Zeeuwen en Hollanders.     

De West Indische Compagnie (WIC) en aanverwante Europese clubs van durfinvesteerders werden speciaal opgericht om in die kontreien lukraak hun slag te slaan. Te beginnen met handel. En als dat onvoldoende rendeerde, kon toevlucht worden genomen tot het enteren van schepen als het vermoeden bestond dat die waren beladen met ’s ‘werelds ijdel goud’. Of zilver, wat Piet Hein betreft. Voorwaarde was wel dat het een vijandelijk schip betrof. In het geval van de WIC waren dat Spaanse galjoenen. Want, sinds in de Nederlanden was besloten de ‘koning van Spanje niet langer te eren’ was de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in oorlog met de Spanjool. Of beter gezegd, met een wereldrijk. Want koning Filips II was niet alleen koning van Spanje en de Lage Landen bij de Zee maar ook van Napels, Sicilië, Portugal en een verzameling overzeese rijksdelen waaronder de Caribische eilanden, Mexico en Peru. De kans om een Spaans schip tegen te komen was dus niet gering.

In zo’n schier onmetelijk gebied waar het wemelde van de schuileilandjes, was serieuze handhaving van wet en orde een paskwil. In dat gat sprongen sinistere sujetten, recidiverende bajesklanten en maatschappelijke verschoppelingen die zich ten doel hadden gesteld om op onorthodoxe wijze hun bestaanszekerheid veilig te stellen. Rommelig verdienmodel, gebaseerd op een diffuse visie op ‘mijn en dijn’. Jatten maar! Geen fans van het mutualisme, zeg maar!

Het is altijd hachelijk om de beoefenaars van welke beroepsgroep dan ook over een kam te scheren maar het beeld is er toch een van een onaangepast gezelschap, terug te voeren op een moeilijke jeugd of de ambitie om toe te treden tot de bezittende klasse. Zo groeide menigeen op voor galg en rad. In plaats van dit weinig aanlokkelijke vooruitzicht af te wachten, werd dan gekozen voor de vlucht over het zilte hazenpad naar de vrijgevochtenheid. Boekaniers, geronseld door verhalen over deernen, drank en dobbelspel.

Anders dan kapers die in het bezit waren van een officiële kaperbrief waaraan zij het recht ontleenden om in opdracht van een overheid, schepen aan te vallen van het land waarmee de uitgever van de kaperbrief in oorlog was, hadden piraten vrijbrief noch vijand nodig om schepen te beroven. De ‘vrije jongens’ ging het om de buit.

Ook in de Indische Oceaan was die er te kust en te keur. Vanwege de eeuwenoude transportroutes tussen Perzië of India en Oost-Afrika. Ook de toegang tot de Rode Zee kon op warme belangstelling rekenen. Die route werd niet alleen benut door schepen die zijde en specerijen uit de Oriënt naar Egypte brachten. Om van daaruit te worden doorgevoerd naar de Europese markten. Maar ook door, vaak gefortuneerde pelgrims naar Mekka, die zodoende niet zelden berooid de hadj moesten volbrengen.

Casper Jansen

Photo by Fahd Ahmed on Unsplash

Gerelateerde blogs

Bekijk alle blogs